Hoffelijkheid in de relatie tussen overheid en het publieke domein

fatale staatIn zijn boek ‘De fatale staat’ geeft Paul Frissen, hoogleraar Bestuurskunde aan de School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg een filosofische reflectie op de rol van de politiek en het functioneren van de overheid. Twee thema’s gaan als een rode draad door de analyse, reflectie en mogelijke oplossingen door het boek heen. Allereerst de omgang van de politiek met de stroming van het populisme. De groep mensen die door Fortuin en Wilders gemobiliseerd worden. Deze groep typeert Frissen als vitalistisch, er wordt gevraagd om onmiddellijke oplossingen voor problemen. Deze houding brengt de politiek in verwarring, omdat dit aanhaakt bij de tweede rode draad en dat is de vanuit het modernistisch denken ontstane mythe van de maakbaarheid, het grondidee van redelijkheid namelijk dat problemen in de samenleving ten alle tijden oplosbaar zijn. Het effect van beide maatschappelijke ontwikkelingen is een overheid die steeds meer regels opstelt voor scholen, jeugdzorg, meer camera’s plaatst, preventief internet afspeurt naar verdachte ontwikkelingen, zich intensiever bezig houdt met hoe burgers leven als het gaat om gezondheid, zorg voor elkaar, gevaarlijk gedrag enz.

De gedachte van maakbaarheid is echter een illusie, omdat de samenleving altijd complexer is dan wat we vooraf kunnen bedenken en zo – is zijn pleidooi – moet de overheid andere houdingen en strategieën ontwikkelen. Enkele van de belangrijkste denklijnen:

  • De politiek en de positie van de overheid is een eigen domein. Ze is in het leven geroepen om -eventueel met geweld – streng te zijn voor conflicterende groepen in de samenleving. Doordat zo mijn eigen vrijheid en de vrijheid van andere burgers is gewaarborgd, kunnen groepen en mensen denken en doen zoals ze dat zelf willen. De overheid moet ver weg blijven van wat voor mensen goed of slecht leven is.
  • Via verkiezingen en het democratisch bestel is zij een representatie van de samenleving, een symbolische orde met regels, afspraken, arte-facten, rituelen en verhalen. Politiek is een ernstig spel tussen partijen en groepen die elkaar  via die politieke orde bevechten. En niet elkaar op straat naar het leven staan, zoals in landen gebeurd waar de overheid slecht functioneert.
  • Het eigen domein van de politiek moet afstand scheppen tot samenleving. Ze is daar in soeverein. Anders dreigt het gevaar van mimese. Dan wordt haar dienstverlening een afspiegeling van maatschappelijke problemen, waardoor de staat onzichtbaar wordt. De staat is geen oplossingsmachine. Dit vraagt om een dubbele kwaliteit: afstand maar ook bemiddeling. De overheid representeert immers dat wat onder de burgers leeft.
  • Het is voor politici heel moeilijk om niet te handelen als er problemen spelen in het land of de stad. Niets doen is geen optie. Vanuit het idee van maakbaarheid wordt, zo stelt Frissen, ontkend dat er zaken zijn die onafwendbaar en niet oplosbaar zijn. Terwijl bij menselijk leven en de samenleving als geheel een zekere tragiek hoort en de daarbij passende aanvaarding en verzoening. Dit verklaart de titel van het boek.
  • Een kerntaak van de overheid is begrenzen. Ze doet dit o.a. door helder te zijn over haar taak, haar zorg voor kwetsbaarheid, ruimte te maken voor verschillen en haar rechtsstatelijkheid. Ze doet dit ten tweede door tegenover maakbaarheid de strategie van aanmodderen te zetten. Ook de overheid weet bij haar handelen niet altijd het effect. Bij een wereld die onvolmaakt is, past het niet weten, het erkennen van onvolmaaktheid en mislukking. Tenslotte is het goed dat er grenzen gesteld worden aan de bemoeizucht van de overheid ten aanzien van het persoonlijk handelen van de burgers.
  • Het handelen van de overheid zou eerder traag en licht moeten zijn. Terughoudend en bescheiden. Deugdzaam. In termen van drama en spel is haar toon ironisch en sceptisch en gaat ze niet mee met de neiging om te werken aan een hemel aarde vanuit de maakbaarheidsideologie. Frissen spreekt zelfs van de hoffelijkheid van het conservatisme. Hij doelt daarmee op dat haar mensbeeld pessimistisch is; haar wereldbeeld zonder doel; met een grote hang naar traditie en instituties; haar oogmerk het beschermen van differentie en de al genoemde lichtvoetigheid en humor. Tenslotte moet ze ver weg blijven van morele opvattingen. Het is de taak van allerlei organisaties, partijen en  bevolkingsgroepen in de samenleving om met elkaar in debat te gaan en te strijden om politieke macht. Hij gebruikt de deugd van de prudentie (verstandigheid, bedachtzaamheid) tenslotte om dit zoeken naar een wijs midden aan te geven, te handelen wanneer nodig, wanneer nodig ook de tragiek van zaken te aanvaarden en te zien dat compromissen mooi kunnen zijn.
  • Door zo te handelen creëert de overheid een lege ruimte in de samenleving die door het private en publieke domein ingevuld kan worden. Want doet ze dit niet dan wordt ze totalitair en alomvattend.  In een citaat:

Wie de neutraliteit van het midden betracht, is daarom ook zeer terughoudend als het gaat om politieke ambities gericht op verandering en innovatie. Het inzicht geldt dat de politieke macht de maatschappelijke vitaliteit en veerkracht vooral moet respecteren en waar nodig beschermen. Dat vraagt om ordentelijke verhoudingen tussen het politieke domein en private en publieke domeinen. Belangrijk aspect van deze ordentelijkheid is wat ik hoffelijkheid zou willen noemen. Voor wat maatschappelijk is gegroeid, voor tradities, past de machthebber vooral ontzag. Hij weet immers dat het publieke domein juist is ontstaan in reactie op het menselijk tekort, om pech, leed en risico’s te kunnen dragen.  

Door dit citaat laat de schrijver zien oog te hebben voor de eigen en specifiek rol van het private en publieke domein. Juist door terug te treden komt er meer ruimte voor het handelen van burgers, groepen en social enterprisis. Een van de thema’s van dit blog. Als adviseur bij de Raad voor Maatschappelijke ontwikkeling was Frissen medeauteur van een advies met als titel Terugtreden is vooruitzien.

In het persbericht staat o.a. het volgende:

De beweging van een terugtredende overheid slaagt alleen wanneer maatschappelijke initiatieven ruimte krijgen om publieke voorzieningen naar eigen waarden en inzicht te organiseren. Dat vereist een fundamentele verandering van de verhouding tussen overheid en samenleving op het gebied van zeggenschap, financiering en rechtsstatelijke waarborgen. Ook vraagt het van overheden, politici én samenleving dat zij accepteren dat er meer verschil ontstaat in identiteit, omvang, keuzeaanbod en kwaliteit van voorzieningen als zorg, onderwijs en welzijn.

Frissen geeft met zijn boek een mooi kijkje in het functioneren van de politiek, de onderliggende systeemprocessen en haar kerntaak en rol. Door zijn filosofische insteek roept hij in prikkelende mooie zinnen een ander nieuw perspectief op voor werkers bij de overheid. Hij daagt uit, maar is daarmee zeker liefdevol. Het boek is  ook voor een bredere groep bestuurders interessant. Mensen die worstelen met de vraag wat hun kerntaak is, wanneer wel en niet te handelen en vooral hoe deugdzaamheid en wijsheid te betrachten en het juiste midden te vinden in de koers van de organisatie. Hij levert hen een groot aantal begrippen die hen helpen hun eigen situatie te verstaan.

In het VPRO programma Boeken wordt Paul Frissen geïnterviewd over De fatale staat, dat vooral in gaat op het omgaan met het noodlot en tragiek en de moed die de overheid nodig heeft om zich terughoudend op te stellen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s