Presentie als kenmerk van het wijkpastoraat

Presentiepastoraat heeft vele gezichten. Van inloophuizen tot pastoraat voor bepaalde groepen. Ook bij de geestelijke verzorging in instellingen en organisaties wordt presentie ingezet als methodiek. Het meest kenmerkende van deze aanpak is  het durven, willen, kunnen aangaan van relaties. Bij het woord relatie kun je denken aan een smal begrip ( relatiegeschenk, zakenrelatie) maar ook aan een meer gevulde definitie die betrekking heeft op wat mensen relationeel verbindt en juist niet calculerend is.  In dit stuk ga ik in op de typerende van de presentiebenadering in het wijkpastoraat en het onderscheid ten opzichte van een interventiebenadering. Het stuk eindigt met de denkbeelden van H. Arendt in relatie tot goede zorg. Ik gebruik deze keer het boek ‘Menslievende zorg’ van Annelies van Heijst als bron, omdat ze kort en bondig de belangrijkste elementen van deze visie samenvat en in een breder kader plaatst van nadenken over goede zorg.

In het presentiewerk gaat het er om hoedownload binnen de zorg aan ‘gewaardeerde verhoudingen met een kwalitatieve betekenis’ gewerkt kan worden. De presentieverbintenis berust niet op ruil, een contract, bloedverwantschap of elkaar kiezen op basis van vriendschap. Ook niet op basis van levensbeschouwing, interesse, of club. Het is vrijwillig, gebaseerd op lotsverbondenheid. Het gaat uit van het besef dat elk mens kwetsbaar is. Het aanbod dat de presentiewerker doet is relationeel. Het gaat verder dan regelmatig contact hebben. De essentie is het contact maken, het  op elkaar gesteld raken, een verbondenheid die door beiden ervaren wordt. Door het waarderen van mensen en de wederzijdsheid van de relatie, wordt de eigen kracht, het zelfrespect en het vertrouwen van mensen vergroot.

Annelies van Heijst zegt het zo.

Presentie  bestaat er in degenen die zwak staan welbewust opsporen, zich geduldig op hen afstemmen, desnoods actief uitgraven, hen aanbieden om in relatie te staan en vervolgens trouw nabij te blijven in hun vreugde, en hoop, ellende en verlatenheid. Er is in de presentiebeoefening wel en niet een probleemoriëntatie. Die is afwezig voor zover de omgang niet per se om moeilijke dingen draait. Er wordt ook gekeken naar wat iemand weet en kan, waar die blij van wordt en waarnaar die naar verlangt. Ze hebben niet de houding van ‘ik zal jou van je probleem af helpen’. P. 168 Heijst

Presentiewerkers kennen wel een probleemoriëntatie, maar kiezen een andere insteek. Door geduldig in de buurt van mensen te blijven, openbaren zich vaak onderliggende en in elkaar verknoopte problemen. Vaak kan de professionele zorg met haar vastgelegde behandelplannen, vaardigheden, protocollen en papierwerk hier minder goed mee omgaan.

Door de relationele insteek bieden de presentiewerkers tegenwicht aan de verlatenheid waarin de leefsituatie deze mensen heeft gebracht en aan hun gevoel er niet toe te doen. Andries Baart, die de praktijk van wijkpastores heeft beschreven, noemt hen ‘overbodig’, omdat anderen hen met de nek aankijken en niet voor vol aanzien. Omdat het om complexe geschiedenissen gaat, zijn simpele oplossingen hier niet aan de orde. De werker kan de pijn of het verdriet niet zo maar weg nemen of opheffen. Wat wel kan is het openbreken van het isolement en het opheffen van iemands sociale overbodigheid. Het aanbieden van een relatie kan helpen, omdat de betrokkene zich minder verlaten voelt. Overigens lukt ook dit niet altijd. Presentie is geen garantie voor succes.presentie

De kern van het ‘in relatie staan’ heeft een ethische zorgcomponent en is ‘waarde geladen’. Het gaat in de kern om het scheppen van een ruimte waarin de ander, de buurtbewoner, de kwetsbare, de eenzame, te voorschijn kan komen als de mens die hij of zij is.

Om de bovenstaande eerste verkenning van het begrip presentie te ordenen geeft Van Heijst vier verschillende aspecten van presentie:

  1. Pathische aspect.

wijk in de wijkDe werker probeert niet iets voor de ander op te lossen, maar die ander te nemen zoals die is. En hem of haar uit te nodigen om ‘in de ruimte in beeld te komen’. Het hoofdaccent is dus verlangzaming, ongehaast werken, het even aankijken. Woorden zijn ook: uithouden, waken, of verduren. De werker heeft een houding van deemoed. Hij of zij kan het verdriet of de pijn van de ander niet weg nemen. Sterker hij of zij weet vaak niet precies wat het verdriet of pijn van die ander precies is. Door de aandacht en de trouw in de relatie en het ongehaaste kan de ander opleven, maar het kan niet afgedwongen worden. Dit alles betekent niet dat er niets gedaan wordt aan ondersteuning en hulpverlening. Dit kan bijv. zijn naast het zelf contact onderhouden ook de reguliere hulpverlening inschakelen.

2. Empathische verhouding.

Dit gaat om het aandacht hebben voor en inleven in de tegenslagen die vaak buiten toedoen van mensen hen overkomen. Door dit te doen blijft de werker ook niet buiten schot. De essentie is de erkenning van het tragische als een bestaanswerkelijkheid en die voluit onder ogen zien. Het gaat om het durven laten bestaan van gemis, pijn en verdriet en daar contact mee zoeken. Het dragelijk maken van de moeilijke kanten van het leven wordt niet zozeer gezocht door de actieve bestrijding er van, maar in het doorleven. Daarvoor is tijd nodig, aandacht en uithouden. Het vraagt van de professional bereidheid om voeling te houden met de onmacht, het soms uitzichtloze, moeilijke. Geen makkelijke opgave, want hoeveel kan je aan.

  1. Sympatische aspect.

In het Grieks betekent sym-pathein samen lijden of mede lijden. Het dominante paradigma in de zorg is vanuit professionaliteit afstand houden en vooral niet emotioneel betrokken raken. De presentiewerker hanteert wel onderscheid in mijn en dijn, maar blijft niet onberoerd in het contact en wil betrokken zijn met de pijn van de ander.

  1. Sympatiserend aspect.Poels broodpater

Het gebroken goed van de ander, de breuken in iemands levensloop, zijn of haar psychische of lichamelijke gezondheid, wordt niet opgelost. Wel wordt er iets naast gezet. Nl. het betrouwbare aanbod van nabijheid. In de zich ontwikkelende relatie zitten ook goede, positieve, toegenegen en betrokken momenten. Er is werkelijk aandacht voor elkaar.

Het onderscheid tussen presentie en interventie.

Interventie is gericht op het laten verdwijnen van ziekte, pijn en verdriet door actief veranderend tussenbeide te komen. Het unieke van elk mens wordt gehonoreerd op het deelterrein van het probleem. Er wordt sturing gegeven aan de persoon, maar deze heeft niet veel keuzes als het gaat om de aanpak. Zorgzaamheid krijgt gestalte in het effectief verhelpen van de ziekte, de pijn of het verdriet. De mens in zijn of haar heelheid krijgt minder aandacht.
Presentie kijkt naar het unieke van elk mens en de complexiteit van zijn of haar situatie. Waar het met de cliënt naar toe moet, weet de presentiewerker ook niet. Dat ontvouwt zich in de loop van de tijd. Zorg of zorgzaamheid gaat hier om trouw en geduldig mensen bij staan in dat geheel van in elkaar vervlochten complexe ‘ trage vragen’. Tegelijkertijd is er ook oog voor de energie en kracht die mensen ook hebben.

Van Heijst stelt dat bij het verhelpen van enkelvoudig leed de interventie de goede aanpak is, terwijl bij complex en meervoudig leed presentie beter past. Ze geeft daarbij toe dat dit een grove onderscheiding is.

contact

Kijk vanuit de filosofie.

Van Heijst gebruikt in haar boek o.a. het denken van Arendt over handelen, de wereld en ‘ín-between’ om de presentieaanpak in een breder kader te zetten. Hoewel Arendt zich heeft bezig gehouden met de politieke en publieke ruimte kan haar mensvisie kan ook worden gekoppeld aan relaties in de zorg. Het draait bij Arendt allereerst om het uniek zijn van mensen (naast wat ze met elkaar gemeen hebben). Vervolgens wordt dit zichtbaar door het unieke eigen handelen en spreken van mensen. Van Heijst komt op basis van de teksten van Arendt tot vijf kenmerkende aspecten die zichtbaar worden in het presentiewerk, bijvoorbeeld in de wijk. Deze meer filosofische insteek zet het presentiewerk in een ruimer en scherper perspectief:
1. Ongewisheid van handelen.
Oogpunt is steeds wat is goed voor die ander in zijn of uniekheid en situatie. Pas gaandeweg in het contact ontstaat helderheid over in welke richting het op moet en kan in het contact. Het doel of de streefrichting is het best te formuleren in waarden. Met name het sociaal opgenomen zijn en menselijke waardigheid.
2. Vestigen van relaties.
Het opbouwen van relaties is de kern van het presentie pastoraat. Relaties die door beide partijen worden gedragen en bevestigd. Dit door aansluiting te zoeken bij de leefwereld van de cliënt in zijn of haar levensverhaal. Weten hoe je dit moet aanpakken en vol houden is een groot deel van de professionaliteit van de werker.
3. Twee subjecten handelen samen.
Kern is dat de cliënt geen object van handelen is, maar mede vormgever van het contact. In het handelen is er geen bovenliggende of onderliggende partij. In de ruimte zijn beide actor en kunnen de rollen wisselen.

4. Onbedoelde gevolgen.

Dit aspect heeft betrekking op de niet voorspelbare gevolgen van het handelen van de werker. Dit kan positief of negatief uitpakken. Het kan hoon of spot opleveren of hartelijkheid en warmte. Het handelen in het presentiewerk is direct handelen te midden van en samen met anderen. In die ruimte zit ook de mogelijkheid van het nieuwe, beweging, verbetering. Elke ontmoeting kan het begin zijn van iets nieuws. In de visie van Arendt brengt elk echt handelen per definitie onbedoelde gevolgen met zich mee, omdat wie ‘echt handelt’ met iets nieuws begint.  De dynamiek tussen mensen is uniek en kan niet herhaald worden. Dat hoopongewisse komt mede door het aansluiten bij de ander, bij zijn of haar leefwereld. De werker wordt zo afhankelijk van wat de ander doet en zegt. Wie zelf stuurt of op veilige afstand blijft is veel machtiger schrijft van Heijst. Arendt stelt dat wil het verkeer tussen mensen echt menselijk zijn, ze met elkaar moeten omgaan in de modus van het ongewisse handelen. Dit betekent ook het falen onder ogen zien en niet wegredeneren.

5. Uniekheid.
De uniekheid van de cliënt met zijn onvergelijkelijk levensverhaal maakt dat de mens als een ‘wie’, een herkenbaar persoon, kan verschijnen. Dit doet de werker door een relatie aan te gaan. In die relatie kan de cliënt zelfvertrouwen ontwikkelen, zijn verhaal opnieuw construeren, positiever en actiever aansluiting zoeken bij anderen. Dit geldt ook voor de werker die als eigen en uniek persoon,  zichzelf toont en in de relatie kanten ontdekt die nog niet bekend waren.

Tot slot.

In de Zorgval schrijft Andries Baart over zijn kijk op zorg vanuit de presentiebenadering. Hoewel hij begaan met de werkers fileert het scherp het systeem achter de gezondheidszorg alles wat maakt dat er geen werkelijke aandacht is voor de patiënt. Zie hiervoor deze blog.

Het aangaan van een relatie, gelijkwaardigheid en trouw aan de persoon zijn door de presentiebenadering als het ware herontdekt door werkers in de wijk of de zorg. Tegelijkertijd zijn er in de bemoeizorg, psychiatrie methodieken ontwikkeld, die een brug slaan tussen de aandacht voor de persoon en zijn of haar zoeken en of werken aan verbetering. Denk aan motiverende gespreksvoering of socratisch motiveren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s