Socratisch onderzoeken

De methodiek socratisch motiveren is een zinvolle aanvulling op de appelo boekbekende interventies in de hulpverlening, maar kan ook toegepast worden bij andere veranderingsprocessen. Krachtig is de optie /mogelijkheid om ‘niets te doen’ als het socratisch onderzoek daar aanleiding toe geeft. Socratisch motiveren werd in eerste instantie vooral gebruikt in de geestelijke gezondheidszorg, maar tegenwoordig kiezen ook b.v. medisch specialisten, diëtisten, verpleegkundigen, docenten en medewerkers van het UWV voor deze insteek, omdat ze daardoor meer ontspannen kunnen omgaan met cliënten die niet bereid zijn tot verandering. Het gaat om situaties waar de hulpverlener -of welke professional dan ook -aan het werk is en de persoon tegenover hem de zaken op z’n beloop laat. Appelo komt die werkers tegemoet en helpt hen goed te analyseren als er sprake is van een situatie van ‘ trekken aan een dood paard’. Want het is vooral de werker die in sommige situaties moet leren  om de behoefte de ander te helpen te beheersen. En zoals Appelo dat beschrijft valt dat niet mee.

In het kort vier hoofdlijnen uit het boek die mij na lezing zijn bijgebleven. Het is daarmee geen volledige samenvatting.

1. Drie menstypen

images (1) - kopieAppelo begint zijn boek met een globale typering van lastige cliënten en hun gedrag. Hij stelt dat iedereen argumenten geeft waarom afspraken die gemaakt zijn, niet worden nagekomen. Dit soort ervaringen vormen de basis van socratisch motiveren. Het is een lastig te erkennen en deprimerend feit dat niet iedereen is zoals jij. Dat de cliënt anders denkt over werken aan verandering. Het zijn situaties om moedeloos van de worden en dat is voor veel mensen in de zorg een probleem. Geestelijk verzorgers, artsen, mensen in de verslavingszorg raken opgebrand, omdat ze met niet gemotiveerde mensen werken. De typen die hieronder beschreven worden, zijn een hulpmiddel om te begrijpen wat er aan de hand kan zijn. Het beschrijft gedrag van mensen in een bepaalde situatie, in hun omgang met een bepaald probleem in een bepaalde periode van hun leven. Het is geen karakterbeschrijving. Ook kunnen mensen switchen. Eerst de menstypen:
1. Luiaards
Leeft zonder veel problemen op de automatische piloot. Ze houden van patronen en routine en niet al te veel verandering. Problemen moet je zoveel mogelijk negeren. Maak je niet druk! Na ons de zondvloed! Als deze persoon hulp zoekt, is de last zwaarder dan de neiging tot afwachten. Maar hij heeft de neiging te wachten tot de hulpverlener aan het werk gaat. Zelf actief zijn zit niet in het repertoire. Dit is een groot deel van de groep mensen.

2. Betweters.
Deze groep mensen weten altijd de dingen beter, zijn overtuigd van hun gelijk en laten dat ook merken. Ze zijn er niet zo goed in zich af te vragen of anderen hun mening willen horen. Ze gaan er van uit dat hun mening de juiste is en dat mensen blij moeten zijn ‘dat het nog eens wordt uitgelegd’. De betweter wil de baas zijn, vindt zichzelf bijzonder, wil een uitzonderingspositie en wordt graag geprezen. Twee betweters bij elkaar is vragen om problemen.
Het kenmerkende denkmodellen is hier de zelf serving bias dwz. Het goede ligt aan hem en als de dingen niet goed gaan ligt dit aan anderen.
Als een betweter hulp vraagt krijg je de manier erbij. Als hij wil veranderen dan moet het precies op zijn manier.

3. Angsthazen
Angsthazen zijn onzeker, bang voor naderend onheil. Ze piekeren en twijfelen, stellen zich afhankelijk op en zoeken bevestiging en steun bij anderen. ‘Iedereen heeft realiteitszin, maar niet iedereen heeft zin in dezelfde realiteit. ‘  Dit motto laat zien dat mensen vanuit een subjectief referentiekader naar hun werkelijkheid kijken. En niet hun situatie beoordelen op een abstract objectieve manier.

Met name betweters komen met meningen en gedragingen die subjectief en voor hen heel legitiem en belangrijk zijn. De discussies tussen betweters en hulpverleners werken niet positief als het gaat om verandering, vooral ook omdat hulpverleners ook betweters zijn.

Bij elk type zijn er ondercategorieen te beschrijven die aangeven in welk mate deze persoon wil veranderen. Bijv.

a. Angsthaas met veranderwens; b. Angsthaas met twijfel; c. Angsthaas zonder veranderwens. In combinatie met de drie typen levert dit zo negen typen op.

Belangrijk is te beseffen dat voor mensen de huidige situatie van ziek zijn of het hebben van problemen meer kan opleveren dan werken aan verandering. Ziektewinst. Voor psychiatrisch patienten kan het soms beter  zijn patient te blijven dan weer uit de inrichting gaan. Zodra ze n.l. beter worden, verliezen ze hun sociale contacten. Daarom blijven ze klagen, zorg consumeren, enz. Aandacht van de hulpverlener levert ook iets op.

Ook geeft Appelo enkele ‘mindfuncks’ ofwel manieren van het brein om de bestaande situatie in stand te houden. De eerste is de cognitieve dissonantiereductie waarbij het verschil tussen de huidige situatie en wenselijke situatie  wordt ervaren als stress. Dat is wat mensen niet willen en daarom vaak kiezen voor de gemakkelijke weg d.w.z. dat ze in ieder geval zo weinig mogelijk inspanning willen leveren met zo weinig mogelijk verandering. De andere mindfuck is de self serving bias. Dit is het verschijnsel dat mensen de oorzaak van fouten het liefst buiten zichzelf leggen en positieve zaken aan zichzelf toeschrijven. Gedragsverandering is mogelijk als mensen een lage self serving bias hebben. Dus de problemen niet buiten zichzelf leggen. Wel is er het gevaar dat mensen blokkeren of depressief worden. Dat is het gevolg als je steeds denkt dat je probleem alleen aan jou ligt. Om te veranderen is een juiste self serving bias nodig en het vermogen aan je probleem te werken ( self-efficacy)

Op deze manier komt Appelo tot een formule. Duurzame gedragsverandering  is een functie  van a. innerlijke drang, b. discipline en c. interne attributie.

2. Valkuil van het willen helpen
Appelo probeert te verklaren waarom hulpverleners zo sterk te behoefte hebben om mensen met problemen te helpen. Hij kijkt daarbij naar de eed van de artsen in de Griekse polis. (Hippocrates) Naar de invloed van het Christendom zoals de genezingsverhalen van Marcus en de idee dat de goede de kwaden moeten aanpakken. Ook Freud werkt vanuit een ziektemodel waarbij de psycholoog de mens moet helpen grip te krijgen op het onbewuste en het geweten. Dit ziektemodel of de dwang om te willen helpen zit diep in de mens geworteld. Denk aan zinnen als: Heb je naaste lief of Wie goed doet, goed ontmoet. Dat is ook de reden dat hij veel tijd besteed aan het identificeren en onderdrukken van de bekeringsdwang. Zit dit in je eigen opvoeding, in je overtuigingen, in de voorbeelden die belangrijk voor je zijn. Het gaat om het herkennen van de hulpverleningsdrang en het inzetten van andere insteken in het gesprek. Hij refereert aan de filosoof Socrates die zichzelf ziet als verloskundige. Het is de client die het werk doet en de hulpverlener haalt er uit wat er in zit. Ook spreekt Socrates geen waardeoordeel uit over wat de ander wil of niet wil. Dit ‘waarde-loos’ kijken is een belangrijk aspect.

3. Kernstappen van Socratisch motiveren 

socrates 2 - kopieDe werkwijze is te ordenen in drie stappen.

a. Vaststellen van het probleem. Als iemand zegt: ‘Ik ben eigenlijk te dik, maar ik vind die chocola zo lekker’ dan is er sprake van een intern gesprek. De verstandelijke kant van het brein (neo-cortex) wint het niet  van de diepere lagen van het brein. ( lymbische systeem en hersenstam) De hulpverlener heeft geen waarde over dit dilemma, maar gaat in gesprek over dit onderwerp.

b. Motiveren (van het resultaat van svraag in stap b. ) Onderzocht wordt wat de ander bezielt. Waarom is de situatie lastig is? Wat zijn de beweegredenen om wel of niet te veranderen of om geen knopen door te hakken? En tenslotte: wat moet er gebeuren?

Bij het onderzoeken van de vraag komt de formule van gedragsverandering aan bod.

  • Hoe is het gesteld met de lijdensdruk?
  • Is er discipline?
  • Aan wie ligt het als iets lukt of niet lukt?
  • Lukt het om automatismen en gewoontes op te geven?

Het is aan de begeleider om zorgvuldig de vragen langs te lopen zonder oordeel en terug te geven wat hij ziet of hoort. Het kan gaan van ‘er hoeft niets te veranderen of te gebeuren’ tot ‘ ja er moet iets worden aangepakt’. De begeleider maakt het niet uit wat het resultaat is van het onderzoek. Hij weet een ding n.l. dat hij of zij niets weet. (Socrates) ‘Waardeloos kijken’ is de grondhouding. Wat er niet in zit komt er niet uit.

c. Consekwenties. Als het onderzoek goed gedaan is,  kunnen de consekwenties overzien worden. De conclusie wordt neergelegd waar deze hoort. Dit kunnen ook derde partijen zijn zoals de eindverantwoordelijke behandelaar of de werkgever. Een conclusie kan zijn dat de hulpverlening wordt stopgezet.

Socratisch motiveren onderscheidt zich van Motivational interviewing ofwel motiverende gespreksvoering in die zin dat er bij de laatste methode, in de visie van Appelo, vanuit wordt gegaan dat iedereen is staat is tot verandering. Volgens hem is dit een ideologisch fundament. En dat verklaart waarom bij motiverende gespreksvoering meer ingestoken wordt op de verandertaal /verandermogelijkheid van mensen. Belangrijk is dat Appelo zijn lezer tegemoet komt, door te stellen dat het sterk van de situatie af hangt welke methodiek ingezet wordt. Motiverende gespreksvoering of socratische gespreksvoering. Het is, zoals beschreven, Appelo te doen om te voorkomen dat de hulpverlener vastloopt in zijn werk door het voortdurend willen veranderen van mensen die niet willen bewegen.

4. De oever en de rivier.
Het boek eindigt met een serie van 20 casussen geordend naar verschillende soorten mensen: ‘Het probleem heeft te veel voordelen”, ‘Ik heb geen probleem’, ‘Rolverdeling: de rivier en de oever’ en ‘Relatieproblemen’

De casussen zijn een goede illustratie van de techniek en  zijn goed 396cc6892d7810a20ffa4af4563c3e32 - kopieoefenmateriaal. Twee thema’s vallen vooral op. Het eerste is het onderscheid tussen de oever en de rivier. Het kan bij een hulpverleningssituatie helpen om de posities en rollen helder te scheiden. Rechters, behandelaars, agenten, verzekeringsartsen hebben een ‘oeverfunctie’. Ze staan op de dijk of oever en kijken vanuit een afstandje, ze besluiten of handhaven want ze zijn eindverantwoordelijk.  De hulpverlener kan daarnaast juist in de rivier dichtbij en congruent de cliënt steunen, door geen oordeel of waarde uit te spreken en de verantwoordelijkheid voor de keuzes bij de persoon te laten. Bij de voorbeeld casussen in het boek zijn verschillende voorbeelden opgenomen van situaties waarin de scheiding van rollen helderheid geeft over de te maken keuzes zonder dat er gedoe ontstaat. Een tweede thema is de cirkel van liefdevolle machteloosheid. Appelo beschrijft de casus van een familie met een manisch depressieve vader met een gezin. De vrouw en de kinderen zijn gevangen in de situatie. Ze hebben veel last van het gedrag van de vader, maar kunnen zich ook niet losmaken, omdat ze anders verraad plegen aan hun vader met zijn ziekte. Socratische gespreksvoering helpt hier goed om de belangen en posities van de betrokkenen goed uit elkaar te rafelen.

Conclusie. Appelo voegt een nieuw interessant instrument toe aan de gereedschapskist van hulpverleners. De mogelijkheid om niet te helpen is in zekere zin een bevrijdend idee. Maar er gebeurt meer. De hulpverlener respecteert de autonomie en waardigheid van de ander en blijft zo zelf weg van het neigen tot redden. De presentiebenadering kan, naar mijn idee, de concepten van socratisch motiveren goed gebruiken, maar legt uiteindelijk andere accenten. Het mededogen met die ander in zijn kwetsbaarheid, is denk ik de start voor het opbouwen van een relatie. Appelo noemt dit limbisch luisteren, het gebruik maken van het vermogen van mensen om de gezichtsuitdrukking en lichaamstaal van anderen te ‘lezen’. Het verstaan van die onderstroom is de kwaliteit van presentie werkers.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s