Wat heeft de aarde nodig. Hoe omgaan met klimaatverandering?

O Inleiding

238188e9-4d0a-473e-8082-025c660dc962_Golf_preview

Deze blog had ook kunnen heten: De aarde is ziek en de ziekte heet mens, omdat langzamerhand wel duidelijk wordt dat het de mens is, die met zijn projecten en plannen, systeem van productie en consumptie invloed heeft op de leefbaarheid op de aarde in de toekomst. Gelukkig krijgt het thema van klimaatverandering steeds meer aandacht. Niet gek omdat het gaat over ‘grote vragen’ die veel mensen raakt. Ruim 90% van de Nederlanders ziet dat het klimaat aan het veranderen is, tegelijkertijd trekt een veel kleiner deel van de mensen conclusies uit deze informatie en past haar eigen levensstijl aan. Sterker het thema van duurzaamheid roept wonderlijk veel maatschappelijke discussie op bijvoorbeeld als de overheid suggereert dat vier dagen vlees eten per twee weken voldoende is. Dan voelt men dit aan als een aanslag op de eigen vrijheid. De manier waarop er wordt gediscussieerd lijkt bijna een religiestrijd.

Met deze tekst probeer ik dieper te onderzoeken welke factoren op de achtergrond spelen. Ik kijk naar wat er vanuit de wetenschap, psychologie en filosofie te zeggen valt. Uiteindelijk denk ik dat zaken als opwarming, afname van biodiversiteit, droogte en tekort aan drinkwater ons als wereldburgers allemaal raakt. Het is een ‘bonum commune’ , het gemeenschappelijk goede dat ons met elkaar verbindt. Zie. De aarde is het huis waar we met elkaar op wonen en dit samenwonen vraagt om een ecologische levenshouding of spiritualiteit. Ik vertaal dit met een simpele basisvraag: Ben je voor of tegen de aarde?

1. Actualiteit

De eerste blog schreef ik in juli 2017. Inmiddels (Mei 2019) is het beleid van de overheid meer helder, bedrijven en sectoren formuleren doelen en ook het gesprek in de samenleving over duurzaamheid is aan het veranderen. Er verschijnen veel berichten in de media dat er een transformatie gaande is. Opvallend op dit moment:

  • Broeikasgasvoetafdruk. In Nederland stoten we nu weliswaar een beetje minder CO2 uit, bijvoorbeeld door de sluiting van kolencentrales. Maar omdat het goed gaat met de economie, wordt er meer geconsumeerd en kopen Nederlanders veel producten die in het buitenland gemaakt worden. Die leiden daar tot uitstoot. De ‘broeikasgasvoetafdruk’ van Nederlanders, de schade die onze consumptie wereldwijd aanricht, steeg daardoor sinds 2016 met 7 procent. De minister probeert twee onverenigbare doelen bij elkaar te houden als hij zegt: De grote uitdaging is om straks nog een prettig inkomen te hebben met onze manier van leven, met alle comfort erbij, maar dan op een manier waardoor we het klimaat niet schaden. Mei ’19 Bron NOS
  • De droge en warme zomer van 2018 werd mede veroorzaakt door het proces van opwarming van de aarde. Dit werd aangetoond door de klimatologe dr. Martha Vogel van de universiteit ETH in Zürich. Als Vogel in het rekenmodel uitging van een wereld zonder de extra uitstoot van broeikasgassen van de afgelopen decennia, dan kwam zo’n warme periode niet in de resultaten voor. Gaf ze de modellen de wereldtemperatuur van nu op, dan was de kans een op zes. Bij de 1,5 graden temperatuurstijging waar het Klimaatakkoord van Parijs op mikt, zal zo’n periode zelfs in twee van de drie jaar te verwachten zijn. En als het op aarde gemiddeld twee graden warmer wordt, dan vindt zo’n periode elk jaar plaats. Bron: Trouw 10 april.
Overzicht van gaten in de aanbevelingen van het ontwerp klimaatakkoord.
  • De vermogenbeheerders wereldwijd gaan zich ook bemoeien met het thema duurzaamheid. De grootste 30.000 bedrijven moeten volgens hen als de wiedeweerga hun CO2-uitstoot omlaag brengen. Doen ze dat niet de komende vijftien jaar, of onvoldoende, dan levert dat een extra kostenpost op van 1200 miljard dollar. Een CO2 belasting wereldwijd is nog geen gelopen race. Drie knelpunten worden genoemd: a. CO2 belasting kan alleen werken als die wereldwijd wordt ingevoerd omdat anders de concurrentiepositie van bedrijven niet gelijk is. b. beleggers zijn nog steeds gericht op stabiele inkomsten uit klimaatonvriendelijke fossiele bedrijven. c. Overheden hebben weinig speelruimte met een bevolking die ontevreden is over de hoge kosten van de energietransitie. Mei ’19 Bron IEX profs
  • Het bureau i&o research heeft onderzoek gedaan naar het denken van Nederlanders over het klimaatprobleem en wat ze feitelijk voor gedrag vertonen. Het brengt een aantal onderliggende mechanismen aan het licht.
    • Mannen hebben een grotere ecologische voetafdruk dan vrouwen.
    • Mensen met meer opleiding en inkomen hebben een grotere voetafdruk dan mensen die minder inkomen hebben.
    • In het politiek spectrum zit de grootste afdruk bij de partijen VVD, CDA en opvallend D66 en de minste belasting bij partij voor de dieren, Groen Links en de kleine christelijke partijen.
    • De grootste voetafdruk is zichtbaar bij mensen tussen 40 en 60 jaar.
    • Over het algemeen wordt vooral verwacht dat de overheid en de industrie stappen zetten. Men wacht maatregelen van boven af.
    • De scepsis over het klimaat neemt toe. Zie voor de uitgebreide tekst en verantwoording. i&o research
  • De rechter heeft in oktober 2018 in een door Urgenda aangespannen rechtszaak bepaald dat Nederland de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met 25 procent moet hebben teruggebracht ten opzichte van 1990. De rechter vindt dat de Nederlandse Staat een zorgplicht heeft en burgers moet beschermen. Op grond van dit besluit moet het kabinet de uitstoot van CO2 mogelijk met 9 megaton meer terugbrengen dan nu in het regeerakkoord staat. De kans is hierdoor groot dat het kabinet nog eens extra ingrijpende maatregelen moet nemen om het klimaatprobleem aan te pakken. Binnen de coalitie wordt daarom gedacht aan het sluiten van kolencentrales, het verder verhogen van de energierekening en wellicht ook het verlagen van de snelheid op snelwegen. NOS 21/1/19 -Frank Elderson is directielid van De Nederlandsche Bank. In dagblad Trouw wordt hij geinterviewd over de wijze waarop hij de financiële wereld wijst op klimaatrisico’s: “Het klopt dat er een systeemverandering gaande is”. “Er zijn heel veel risico’s waar wij als toezichthouder naar kijken. Klimaatrisico is wel echt bijzonder, omdat het onomkeerbaar is. Als het klimaat eenmaal is veranderd en het 4, 5 of 6 graden warmer is ­geworden eind deze eeuw, gaan we dat in vele honderdduizenden jaren niet terugdraaien. Daarnaast raakt het niet slechts één of twee deelsectoren van de economie, maar alles. Dat is een inzicht dat wij afgelopen jaren gekregen hebben. – ‘Schone handen houden terwijl het klimaat schreeuwt om maatregelen is de burger naar de mond praten en niet hem zijn belangen dienen tot het bittere einde. Het klimaatbeleid zal gevolgen hebben. Voor alles en iedereen. Dat de lasten zo rechtvaardig mogelijk verdeeld worden verdeeld, is een opdracht’. Commentaar van dagblad Trouw over het voorbehoud dat Klaas Dijkhof VVD er heeft gemaakt over de voorstellen van de klimaattafels. Januari 2019
  • In een uitzending van VPRO’s tegenlicht geeft Paul Kingsnorth een voorbeeld van dit doordenken (en werkelijk anders gaan leven) van onze levensstijl. Aan bod komt met name het idee van  maakbaarheid versus het ontvangen en doorleven van dat we als mensen deel van de natuur zijn. Zie.
  • Bij de verschijning van een ontwerp klimaatwet (dec 2018) wordt de werking van democratie goed zichtbaar. In klimaattafelgroepen hebben vele maatschappelijke organisaties en groepen meegesproken over oplossingen voor de toekomst. Rijp en groen, machtig en klein hebben hun ideeën kunnen aanleveren. Het kabinet laat de plannen doorrekenen voordat ze tot besluiten komt. Vakbonden en milieugroepen zijn uit het overleg gestapt. Het grote verschil van mening is de betaalbaarheid van de maatregelen en het instrument van een CO2 belasting. Met dat instrument kunnen aan de ene kant de bedrijven die de meeste fossiele brandstoffen gebruiken belast worden en met het geld dat de belasting opbrengt kunnen energiebesparende voorzieningen worden uitgevoerd. Er zijn in de wereld voorbeelden hoe dit zou kunnen. Bijvoorbeeld in de Canadese provincie British Columbia wordt gewerkt met de Atkinsonregel. Citaat: Daar hebben ze sinds 2012 een CO2-taks voor bedrijven waarvan de opbrengst 100 procent wordt terugbetaald aan de burger. Waarom? Omdat veel bedrijven die heffing doorberekenen aan de consument. Dat geldt bijvoorbeeld voor de gasrekening en de benzine. Het kost de schatkist van British Columbia dus niks, terwijl het gebruik van fossiele brandstoffen in vier jaar tijd is gedaald met 17 procent. In de rest van Canada is het juist met 1 procent toegenomen. Fiscaal-neutrale en koopkrachtneutrale milieuwinst dus. Een ruime meerderheid van de bevolking van de Canadese provincie staat achter dit beleid – dus ook geen gele hesjes op straat. De economie groeide ook nog eens met 4 procent, harder dan elders in Canada. Dat bewijst dat een eenzijdige CO2-heffing er niet toe leidt dat bedrijven vertrekken, terwijl binnen hetzelfde land verhuizen naar een andere provincie relatief makkelijk is. Ook dit is een les voor ons kabinet, dat telkens weer gelooft in dreigementen van machtige bedrijven. Bron colum Trouw Irene van Staveren 18 dec 2018
  • Wat merken we van klimaat verandering? Het radioprogramma Bureau Buitenland maakte een uitzending over de veranderingen op aarde die mogelijk veroorzaakt worden door de opwarming van de aarde. Met name de opwarming op de noordpool kan een groot effect hebben op het klimaat in Nederland. Ook al is de hete zomer van 2018 niet onmiddellijk te verklaren uit deze veranderingen wordt er veel onderzoek gedaan naar dit soort effecten. Luister NPO radio 1 9-11
  • Als je Nederlanders zou vragen hoeveel energie er wereldwijd duurzaam wordt opgewekt dan zeggen ze iets tussen 10-40%. Niet gek omdat windmolens en het plaatse van zonnepanelen veel media aandacht krijgt. In dagblad Trouw wordt aandacht besteedt aan een boek ‘De energietransitie. Naar een fossielvrije toekomst, maar hoe?’ van journalist Marco Visscher. Het antwoord op de vraag is dat de huidige productie 1% is. (terwijl de uitstoot van fossiele brandstoffen de laatste 10 jaar met 10% hoger is geworden. Het laat zien dat er nog weinig kennis en dat de aanpak voor de toekomst een mengeling moet zijn tussen technische oplossingen en verminderen van de uitstoot is. Zie
  • De minister voor landbouw heeft een plan voor circulaire landbouw naar de tweede kamer gestuurd. Op dit moment is de landbouw goed voor 10% van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland. In het plan van de minister gaat het om minder import van voedsel voor dieren en een betere verdeling van mest over het land. Dit bericht laat zien dat koop/leef gedrag van burgers (minder vlees eten en meer betalen voor vlees), een redelijk inkomen voor boeren en het milieubeleid van de overheid met elkaar samenhangen. (sept 2018)
  • Minister Wiebes tekent op een flappenbord buiten op het Binnenhof hoe de winning van gas in Groningen gestopt kan worden en welke maatregelen er nodig zijn om de transitie aangepakt kan worden. (maart 2018)
  • Grote energiemaatschappijen en investeerders gaan samen met de overheid beginnen met grote windmolenparken op de Noordzee. Het is nu mogelijk om zonder subsidie elektriciteit te produceren voor een concurrerende prijs. (maart 2018)
  • Het havenindustrieel complex Rotterdam stoot ongeveer 20% van de Nederlandse CO2 uit. De komende 35 jaar – tot 2050 – zal hard worden gewerkt om te voldoen aan de doelstellingen van het Parijse Klimaatakkoord om de opwarming te beperken tot maximaal 1,5 – 2 graden. Dat betekent een CO2-reductie van 80-95%. Ze doet dit door restwarmte in te zetten voor verwarming van huizen en de kassen in het Westland. Ook zijn er plannen voor opslaan van CO2 in aardlagen in de Noordzee. (maart 2017)
  • Het planbureau voor de leefomgeving komt met een rapport over de vleesindustrie in Nederland. Als alle inwoners van de Europese Unie de helft minder vlees, zuivel en eieren eten, dan daalt de uitstoot van broeikasgassen met 25-40 procent. Er verschijnen artikelen in de krant dat boeren meer duurzaam en lokaal hun vlees en melk productie willen gaan organiseren. (maart 2018)

De grote vervoerders op zee (containerschepen) nemen zich voor om de uitstoot van CO2 te halveren.

Het besef onder de bevolking is aan het groeien dat we terug moeten in CO2 uitstoot. In het Parool start een serie artikelen waarin de journalist zijn eigen voetafdruk onderzoekt onder de titel:Wat als een gezin zichzelf verplicht 80 procent minder CO2 uit te stoten? Zie:

2.Waar komen we vandaan?

We staan aan het begin van een transitie. Het percentage duurzame energie in vergelijking met het totale energieverbruik is in Nederland in vergelijking met andere Europese landen nog erg laag.

eurostat-infographic

En ik, en meer mensen hebben er last van dat de overheid met initiatieven komt om huizen van het gas af te krijgen, maar tegelijkertijd nog niet met maatregelen komt om de kerosine voor het vliegverkeer of scheepvaartdiesel te belasten naar rato van de vervuiling die dit soort activiteiten veroorzaken.

gaia3

Centraal in het proces van klimaatverandering staat volgens wetenschappers het gebruik van fossiele brandstoffen in combinatie met de sterke economische ontwikkeling wereldwijd en de groei van de wereldbevolking met 3 miljard mensen de komende jaren. De vooronderstelling is dat de uitstoot van CO2 van invloed is op de temperatuur in de dampkring en daarmee op het leefklimaat.

Byfuel

In deze tabel zie je de uitstoot van de afgelopen 150 jaar. Hieronder CO2 emissies afgezet tegen de duurzaamheidsnorm voor 2030 en daar onder de groei van de gemiddelde temperatuur. Wanneer de emissies van het koolstofdioxide (CO2) en methaan, door blijven stijgen zoals in een scenario zonder extra klimaatbeleid, dan stoten we naar verwachting in de komende eeuw wereldwijd zo’n 3500-6500 miljard ton CO2 uit. Dan kan dit mogelijk leiden tot een wereldwijde

CO2 norm 2030

stijging van de

Warmste jaren

mondiale temperatuur in 2100 met 3-7C ten opzichte van het pre-industriële niveau. De afgelopen 140 jaar is het wereldwijd gemiddeld 0,9°C warmer geworden. Van de laatste 16 jaar waren er 14 warmer dan ooit gemeten. Van de twee graden opwarming die door wetenschappers als grens wordt gezien is al één graad gerealiseerd. De klimaatcritici stellen vragen bij de mate waarin de CO2 uitstoot van invloed is op de opwarming. Op zich is er wel aangetoond dat CO2 hierop van invloed is, maar de klimaat modellen zijn nog niet zeker over de mate en snelheid van opwarming. Mogelijk gaat het om langdurige schommelingen en speelt de afstand tot de zon mee.

Wetenschappers, geologen spreken over een nieuwe periode: het antropoceen. Vertaald: de periode dat de mens de aarde en het leven op aarde indringend beïnvloedt. Het begint bij wetenschappers, overheden en groepen burgers door te dringen dat er iets aan de hand is, maar de reactie van mensen op het vraagstuk is zeer verschillend. Het tekent volgens mij ons onvermogen om met de mogelijkheid dat onze leefsituatie ingrijpend gaat veranderen om te gaan. Sommigen ontkennen de waarheid gladweg, anderen willen koste wat het kost optimistisch blijven. De meesten van ons zijn volgens ethicus en klimaatexpert Clive Hamilton ‘alledaagse ontkenners’: we ontkennen het bestaan van klimaatopwarming niet, maar we weigeren emotioneel te accepteren dat er een serieuze mogelijkheid is dat de nabije toekomst weleens heel onplezierig kan gaan worden. Hij stelt zelfs dat we niet door hebben dat we al in de fase zitten van onherstelbare schade aan het kwetsbare klimaatsysteem. Zie: Een Antwerpse kunstenaarsgroep schreef de voorstelling Heimat 2 waarin ze een requiem opvoeren voor de smeltende gletschers in Groenland. Zie.

Het planbureau van de leefomgeving en het RIVM publiceren teksten die anticiperen op de klimaatdoelstellingen voor het jaar 2050. Er zal volgens hen een transitie van denken nodig zijn de komende jaren. Niet meer: wat is goedkoop of efficiënt, maar wat belast de toekomstige leefomgeving het minst.

Ik besluit op onderzoek uit te gaan. De vragen die bij me opkomen gaan zowel over dit systeemkarakter als over hoe ik mezelf daartoe verhoudt.

  • Hoe groot is mijn eigen voetafdruk (uitstoot, landgebruik, watergebruik, grondstoffen) en zijn daar eigenlijk normen voor te geven als het gaat om de transities die nodig zijn? Aan welke normen zou ik me zelf, of zouden we ons wereldwijd aan moeten houden?
  • Wat zijn de onderliggende opvattingen die mijn en ons denken vorm geven? Wat maakt dat er zo’n scherp debat gevoerd wordt tussen klimaatsceptici en alarmisten? Zijn er zinnige nieuwe denkbeelden of frames te vinden die maken dat de heersende opvattingen gaan verschuiven? Hoe kunnen we anders produceren en consumeren?
  • Als het gaat om een systeemverandering, hoe zit het dan met de verhouding tussen persoonlijke verantwoordelijkheid en belangen – goed burgerschap (leefstijl, keuzes) en collectieve verantwoordelijkheid en belangen. (Overheid, bedrijfsleven).

Ik kom in mijn vriendenkring tijdens het schrijven een klimaatscepticus tegen. We

doel 2050
cartoon-11-1

ontdekken dat het milieudebat een sterk religieuze lading heeft. Omdat niemand definitief in de toekomst kan kijken botsen feiten met meningen. De mening is voor sommige mensen een geloof geworden en vaak is dat een versimpeling van de werkelijkheid. Dit geldt zowel voor de klimaatsceptici (zie bijvoorbeeld de website van Klimaatgek) als de zogenaamde alarmisten. Dat zijn de fanatici in de milieubeweging die niet ophouden te roepen dat als we nu niets doen het gedaan is met de toekomst van de aarde. In een artikel in Trouw wordt gesproken over vier posities in het debat. Naast de twee uitersten de betrokken gevestigde klimaatwetenschappers en mainstream groene politici aan de linkerkant en de gematigde sceptici aan de rechterkant. De schrijver stelt dat de twee extreme posities te weinig ruimte geven aan de twijfel die ook de wetenschappers hebben en het meningendebat van de niet ingevoerde burgers. Ik herken de houding van de alarmisten. Vanuit hun ongerustheid en de analyse die ze maken, zijn ze op een bepaalde manier emotioneel betrokken dat ze gaan overtuigen en drammerig worden. Het effect is dat de toehoorders zich schuldig gaan voelen, blokkeren of juist zeer sceptisch worden.

Alleen door de onzekerheid van wetenschap te accepteren, zoveel mogelijk bij de feiten te blijven en vooral de onderliggende waarden in het gesprek te betrekken kom je met elkaar verder. Zie:

Ik ging lezen en ontdekte dat als we verder willen komen dat we, naast goede technische en nieuwe economische modellen, ook ideeën uit de filosofie, theologie en psychologie nodig hebben.

3. Wat feiten.

A. Mijn eigen CO2 voetafdruk.

Na al deze vooraf opmerkingen begin ik het uitrekenen van mijn eigen CO2 voetafdruk. Op Milieu centraal staat een eenvoudige test die laat zien dat mijn eigen jaarlijkse uitstoot ongeveer 8,5 ton CO2 per jaar is. Een gemiddeld huishouden van 2,2 personen in Nederland stoot 22,5 ton CO2 per jaar uit. De test is niet diepgaand, maar door de vergelijking met de gemiddelde Nederlander kan ik zien waar ik afwijk. Hoger scoor ik op openbaar vervoer, lager op wonen, auto, voeding. De test roept de vraag op wat 8,5 ton CO2 betekent voor de opwarming van de aarde. Om die vraag te beantwoorden zocht ik verder.

B. Indirecte milieu belasting. Keten van impact.

Keten van CO2

Zoals ik zelf op zoek ben, zo is ook Babette Porcelijn op zoek gegaan naar wat er nu precies aan de hand is met de opwarming van de aarde, haar levensstijl en milieubelasting. Ze werd aan het denken gezet toen ze erachter kwam dat de zestien grootste containerschepen even veel zwavel uit stoten als álle auto’s in de wereld bij elkaar. Ze onderzocht in samenwerking met het onderzoeksbureau CE Delft de indirecte verborgen impact van onze productiewijzen en daarmee het indirecte effect van onze consumptie door ons leefgedrag. Ze schreef er boekje over met een aantal inzichtelijke schema’s waarin ze laat zien dat we door de globalisering en het exporteren van de productie naar bijv. China onze milieubelasting uit het zicht raakt. Naast onze directe belasting door wonen en vervoer zit de verborgen milieubelasting in de onderliggende productieketens die een beroep doen op grondgebruik, grondstoffen, watergebruik, vervuiling en afname van biodiversiteit. Als gekeken wordt naar Nederlandse bevolking op de terreinen spullen, wonen, energie, vervoer, voeding, de verborgen impact dan ziet dat er zo uit:

Let op. Het onderzoeksbureau heeft landelijke cijfers terug gerekend naar individuele burgers en zo krijg je het Nederlands gemiddelde . Zie hier het rapport waar dit schema op gebaseerd is. Porcelijn daagt je uit om op basis van dit gemiddelde een schatting te maken van de eigen voetafdruk. Hier is haar eigen simpele test. Het zou overigens goed zijn als er meer goede CO2, voedsel, kleding of voetafdruk testen beschikbaar zouden komen. Meten is is immers weten. Dit schema laat zien dat de verborgen impact vooral zit in de aanschaf van spullen, vleesconsumptie en zuivel en eieren.

Rubrieken (564x644)

Als je de rubrieken uit het eerste schema bij elkaar zet kom je op vier hoofdcategorieën:

Rubrieken hoofd

Spullen, eten en drinken, vervoer en huis. De druppels boven de kolommen slaan op de mate van watergebruik.

In het boekje wordt de keten van impact van een aantal producten uitgewerkt. Bijv. vliegen versus autogebruik en een vergelijking tussen een elektrische auto en een benzine auto. Vervolgens komen de mondiale effecten aan bod en de mogelijkheden om iets te doen aan het probleem. Zie:

Wil je werkelijk verschil maken als het gaat om CO2 uit stoot dan kom je uit op hele andere stappen dan ons meestal worden voorgehouden. Stap 1: beperk je in de aanschaf van spullen. Stap 2: stop met vlees eten. Hiermee bespaar je de equivalent van ongeveer 0,8 ton CO2 per jaar. Een koe stoot per jaar met boeren en scheten zoveel methaan uit dat dit gelijk staat aan 15000 autokilometers per jaar. Stap 3: vermijd vliegreizen. Elke trans-Atlantische heen- en terugvlucht die je niet maakt, bespaart 1,6 ton CO2. Stap vier: laat de auto staan. Zo bespaar je op jaarbasis zo’n 2,4 ton CO2. Stap vijf: krijg minder kinderen. Rekening houdend met de impact die toekomstige nakomelingen op de toekomstige emissies hebben, kan per kind dat men niet krijgt een besparing van wel 58,6 ton ontstaan. Zie ook.

C. CO2 uitstoot in 2050

Al die tonnen CO2 zeggen me nog niet zoveel. Waar wordt nu naar toegewerkt? Hoeveel CO2 uitstoot is aanvaardbaar? Waar gaat het akkoord van Parijs over als het jaar 2050 in de pers als HET kanteljaar wordt gepresenteerd. In een tekst van het planbureau voor de leefomgeving kwam ik onderstaand schema tegen. De gemiddelde werelduitstoot per persoon is tussen 2000 en 2015 gestegen van 4 naar 5 ton. In Nederland in dezelfde periode is de uitstoot per persoon gedaald van 10,5 naar 10. Om het doel van Parijs om maximaal 2 graden opwarming te halen zou elke

Emissiepaden

wereldburger tussen de 1 en 2,5 ton CO2 mogen uitstoten. Dit betekent dat ik mijn uitstoot terug moet brengen van 8,5 naar zeg 2 ton of minder.

In het schema hiernaast wordt gesproken over netto negatieve emissies. Bedoeld is dat actief via het planten van bomen, dan wel opslaan van CO2 in de bodem, de uitstoot beperkt wordt. (Zie het rapport van het PBL).

In de scenario’s voor de toekomst stelt het planbureau voor de leefomgeving dat er 40 en mogelijk 50 procent CO2-reductie nodig is in 2030, ten opzichte van 1990. Daarnaast is er een lange termijn streven noodzakelijk gericht op een reductie van ten minste 85 procent en mogelijk meer dan 100 procent in 2050. In het advies wordt genoemd dat een snelle aanpak veel kosten later kan voorkomen.

Emissiepaden

Dit wordt o.a. beschreven in een CPB rapport. Met name de plannen om huizen af te sluiten van gas onder het motto: ‘Van het gas af’ krijgt aandacht. Een paar dingen uit dat rapport:

  • De CO2 uitstoot van huizen gaat terug naar nul. Dit betekent geen gasverwarming meer en elektrisch koken.
  • Energiebesparing kan de CO2-uitstoot van de warmtevraag door huishoudens met 50% tot 80% verminderen in 2050 ten opzichte van 2010. De CO2-uitstoot halveert door 300.000 woningen per jaar te renoveren met gangbare energiebesparingsmaatregelen.
  • Vermindering van de vraag naar energie. Energiebesparing vormt de basis voor een schone economie.
  • Inzet van biomassa ter (gedeeltelijke) vervanging van kolen, gas, olie en olieproducten. Zonder de inzet van biomassa is het vrijwel onmogelijk om de CO2-reductiedoelstelling te behalen. Zeer waarschijnlijk zal het in Nederland nodig zijn biomassa te importen.
  • Afvang en opslag van CO2. Door bij de productie van biobrandstoffen CO2af te vangen en op te slaan kunnen negatieve emissies worden gerealiseerd: er wordt netto CO2 uit de atmosfeer gehaald. De afvang en opslag van CO2 is tevens van belang bij grote industriële installaties en elektriciteitscentrales. De totale opslagcapaciteit is op dit moment nog onzeker.
  • Productie van elektriciteit zonder directe CO2-emissies (met wind, zon en kernenergie).

Zie hier de tekst en een filmpje.

D. Individueel gedrag ten opzichte van de wereldwijde milieubelasting.

De ontwikkelde landen hebben een veel grotere CO2 uitstoot dan de minder ontwikkelde. In 2030 is iemand uit de Verenigde staten verantwoordelijk voor meer dan vijf keer klimaat belasting dan iemand uit India.

Tonnen CO2

Wat geldt voor CO2 uitstoot geldt ook voor de andere aspecten van milieubelasting. Als iedereen op aarde zou leven zoals wij in Nederland, zouden we nu in 2016 al 3,6 aardbollen nodig hebben. De trend voor de toekomst is dat de bevolking op aarde nog groeit met 3 miljard en dat het welvaartniveau wereldwijd zal stijgen, waardoor de consumptie, het energieverbruik en de mobiliteit in 2050 zal toenemen De druk komt o.a. te liggen op landbouwgrond en zoet water. Maar ook grondstoffen en energie. De draagkracht van de aarde wordt daarmee overbelast en zichtbaar op drie terreinen.

Nieuwe afbeelding (3)

We overvragen de aarde, maar de direct voelbare effecten verschillen. In Afrika en het Midden Oosten hebben mensen al last van de impact op het ecosysteem met hongersnood, oorlog en vluchtelingenproblematiek als gevolg.

De actieorganisatie Urgenda vindt dat de overheid te traag is met haar beleid en ze heeft een eigen actieprogramma ontwikkeld. Ze denkt dat het mogelijk is om al in 2030 een groot aantal van de Parijsdoelen te realiseren. Zie verder

Het duizelt me. Wie gaat dit alles betalen? Welke strijd tussen belangengroepen gaat gevoerd worden? Hoe gaat het lukken om de bevolking mee te krijgen? En vooral worden de nodige deadlines gehaald?

4. Filosofische ecologie. Welke ‘denkframes’ zijn beschikbaar?

Onder onze manier van economie bedrijven en leefstijl gaan regels, mentale modellen en waarden schuil. Een voorbeeld van zo’n mentaal model is de uitspraak van Frank de Grave die in het programma Buitenhof sprak over ‘Rechtse milieupolitiek’. Die staat tegenover de aanpak van Groenlinks want ‘dan mag je als burger niet meer genieten van het leven‘. Achter deze uitspraak gaat een hele betekeniswereld schuil. Door allerlei ontwikkelingen zijn we allemaal gewend geraakt aan een bepaalde levensstijl. Het is normaal en gewoon om een warm huis te hebben, diverse en voldoende levensmiddelen, aparte kleding voor elke gelegenheid en activiteit en we kunnen onszelf uitdrukken in hobby’s, vrije tijd en bijzondere vakanties. En we kunnen het betalen want we werken er hard voor. We zijn in kleine stapjes consument van producten en diensten geworden. In de loop van de tijd is onze levensstandaard behoorlijk gestegen. Tegelijkertijd lopen we tegen grenzen aan. Mijn gedrag heeft consequenties voor de mogelijkheden en het gedrag van anderen, voor toekomstige generaties en voor de leefbaarheid op aarde als geheel. In mindere of meerdere mate komt dit op ons af en als je hier niet over wilt nadenken vertoon je volgens de filosoof Harry Kunneman ‘ Dikke ik gedrag’ . Zie.

Het zou wel eens kunnen dat we naast nieuw gedrag en efficient beleid ook moeten nadenken over een nieuwe mindset als het gaat om ons mensbeeld en dat wat ‘goed leven’ is. Ik lees een paar boeken die juist proberen vragen te stellen bij onze gegroeide opvattingen en proberen te komen tot nieuwe uitgangspunten. Een begin van een filosofische ecologie.

aarde trouw

Een fundamenteel filosofieboek dat ik las was van Henk Manschot die het boek Also sprach Zarathustra van Friedrich Nietzsche gebruikt om te komen tot een terra-sofie, een filosofie van de aarde. Ofwel een respectvolle niet drammerige visie op leven die goed omgaan met de aarde tot uitgangspunt heeft. Manschot geeft allereerst wat achtergrond bij de levensloop van Nietzsche die hoogleraar was, maar er voor koos om zich fulltime met filosofie bezig te houden. Hij ging in een berghut in Zwitserland wonen en maakte dagelijks lange wandelingen. In de winter deed hij hetzelfde langs de Italiaanse kust. De combinatie van wandelen in de natuur en schrijven deed hem goed in die zin dat hij juist door het wandelen en het beleven van het landschap tot nieuwe inzichten kwam. De ‘terrasofie’ die Manschot destilleert uit de geschriften is al volgt kort samen te vatten:

  • De schrijver komt tot de stelling dat het tijd is voor een ecologische solidariteit en wereldburgerschap dat daar gestalte aan geeft. Een nieuw stap in moreel bewustzijn van mensen. Niet langer staat daarin de mens centraal, maar het proces van het leven.
  • Er ligt in het cultuurbegrip van Nietzsche veel nadruk op de relatie tot het gebied waarin we wonen en leven. Het gaat om de bemiddeling tussen mensen en het stukje aarde waar ze leven. De interactie tussen de gemeenschap en het stukje aarde om hen heen. Denk aan het beheer, de rituelen en feesten, gewoonten en tradities.
  • Sleutel is ons beeld van de aarde. Ontzield en te gebruiken of als levende entiteit, ontzagwekkend, anders, groot, die zich niet laat toe-eigenen. Nietzsche laat zien hoe hij relatie zoekt met de aarde.
  • Goed omgaan met de aarde is niet alleen theorie maar vooral ook ‘goed leven’. Kernbegrippen zijn daarbij: Beleven. Onderga de natuur, het landschap, de seizoenen. Dat maakt dat je niet onverschillig staat ten opzichte van veranderingen die de aarde treffen. Experimenteel leven. De levenshouding van Nietzsche is open, zoekend, gericht op ervaringen en doordenken van je manier van doen, voeden, leven, werken, ontspannen, reizen, kleden. Transformeren. Vanuit een besef van kwetsbaarheid, maar ook dankbaarheid ervaar je je leven.
  • Opvallend is dat Nietzsche niets moet hebben van een moreel vingertje of vaderlijke waarschuwingen. Wel is zijn houding toekomstgericht en handelend vanuit een moreel besef. Dit laatste vertaalt Latour, een franse ecofilosoof met de hoofdvraag: ben je voor of tegen de aarde.
  • In het boek komen verschillende filosofen aan bod die in de lijn van Nietzsche spreken over het goed doorgeven van de aarde aan toekomstige generaties.

Waar in de encycliek van Paus Franciscus (hierna) het rentmeesterschap met betrekking tot een door God gegeven schepping centraal staat is bij Nietzsche een meer horizontale beleving van de aarde en haar toekomst een tegenover voor mensen van nu. Voor een verdere bespreking van zijn terrasofie zie.

9200000032860680

In het boek Filosofie van de eenvoud van Marius de Geus wordt ingegaan op zowel het probleem van klimaatverandering, de achtergronden en wat een en ander betekent voor de politiek, bedrijfsleven en burgers. Je kunt hem heel goed typeren als een ‘Alarmist’ en zijn daardoor wat moralistische schrijfstijl en de oplossingen zijn juist wel wat drammerig, maar je krijgt door het boek snel overzicht. Een paar lijnen:

  • De mens is door maatschappelijke economische ontwikkelingen van de laatste 150 jaar, naast burger ook consument geworden. Dit betekent meer en betere voorzieningen en mogelijkheden als een douche of bad in elk huis, verwarming, elektriciteit in huis en daarmee de wasmachine, tv, computer. Door de welvaart groeide de mogelijkheid om meer te reizen. Eerst kon iedereen een auto kopen en daarna ontstond de ruimte om een of meer keer per jaar een vliegvakantie te houden. Voor veel mensen is dit gebruik maken van mogelijkheden ‘gewoon’ en wordt beleefd als een recht.
  • De schrijver vindt dat de oplossingen te veel in het paradigma van maakbare samenleving gezocht worden. Als we slim en technisch zijn dan kunnen we de opwarming van de aarde tegenhouden. Dat wil zeggen slim opvangen en omzetten van natuurlijke bronnen als zon, wind en water. Hij stelt hier de leefstijl van de burger en consument tegenover. Hij onderbouwt dit met de gedachte van de filosoof Aristoteles die spreekt over het goede leven , wat volgens hem een zelfgekozen matigheid betekent. Een duurzame leefstijl is niet saai, droog, armoedig, maar geeft betekenis, geeft rust en tijd omdat je niet meer bezig bent met najagen van doelen en bezittingen zoals de buren doen. Keeping up with the Jones.
  • Als politiek filosoof besteedt hij ook aandacht aan de rol van de overheid. In het speelveld tussen bedrijven en persoonlijk initiatief en burgers moet de overheid ook als het gaat om duurzaamheid haar eigen rol nemen. Hier is het boek niet verhelderend. De Geus beschrijft wel de geschiedenis van allerlei beleidsplannen, maar vooral dat ze te veel een compromis zijn en daardoor krachteloos dan wel in een la terecht zijn gekomen. (Ik had hier meer willen lezen over de geschiedenis, functie, kracht en zwakte van de overheid) . In het huidige dominante neo liberale denken wordt veel initiatief aan bedrijven en burgers gegeven, maar de vraag is of de problematiek van opwarming niet te indringend is om aan de overheid over te laten. Interessant is hier de rechtszaak van Urgenda, waarbij burgers de Staat aanklagen omdat deze te weinig doet aan de opwarming van de aarde en zo de leefsituatie van haar burger s te weinig beschermd.
  • Het milieuvraagstuk gaat uiteindelijk over rechtvaardigheid en eerlijk delen. De Geus is hier wel informatief. Schrijvers als John Rawls en Peter Singer schrijven al sinds de jaren 70 over het vraagstuk van verdelende rechtvaardigheid. Singer stelt dat het immoreel is dat mensen in de welvarende westerse wereld in overvloed leven terwijl anderen op de wereld minder mogelijkheden hebben als het gaat om voeding, huisvesting, ontwikkeling en gezondheid. De standaard van gelijke behandeling zou toegepast moeten worden op alle bewoners op de wereldbol en niet alleen op de bewoners van het eigen land. Het idee van verdelende rechtvaardigheid zou niet alleen moeten gelden voor alle wereldbewoners, maar ook voor de toekomstige bewoners. Anders gezegd. Ook toekomstige generaties hebben recht op grondstoffen, schoon drinkwater en andere elementen van een gezond leefklimaat.
  • De weg om verder te komen. De Geus gebruikt hiervoor de denkbeelden van Hanna Arendt over politiek. De aanpak zal een lange weg zijn van debatteren, overtuigen en inspireren. De overheid zal zowel de burger als het bedrijfsleven moeten aanspreken. Prikkels en stimulansen aanbieden en komen tot vergroening van het belastingsysteem. Tegelijk is hij sceptisch over de kans voor een breed gedragen maatschappelijk debat. Nederlandse partijen staan niet voorop om de op consumptie gerichte burger aan te spreken. Hij mist de durf omdat partijen bang zijn leden te verliezen. Hij spreekt zelfs over een mechanisme van ontkenning en verloochening. Op den duur is een actieve inbreng van burgers en een breed gedragen publiek debat noodzakelijk. Daarnaast hoopt hij op een coalitie van groepen: studenten, journalisten, huisartsen, fris en dwarsdenkers die als voortrekker het debat kunnen aanzwengelen en het aantrekkelijke van een gematigde levensstijl kunnen laten zien. Kritisch is hij over de welgestelde hogere klasse die door hun inkomen en positie allerlei keuzes kunnen maken en voorrechten genieten. Zij zullen volgens hem de kar niet trekken.
  • Naar een strategie van vrijwillige vereenvoudiging en matiging. Stelling van boek is dat de houding van burgers ten opzichte van consumptie (mobiliteit, producten, wonen, ) hun individuele leefstijl op den duur zal moeten veranderen. Door de geleidelijke stijging van de koopkracht, toename van wensen, en het verlangen naar luxe, comfort, en overvloed is de impact op de natuurlijke leefomgeving en klimaat zorgelijk en bedreigend.

De welvaartsstaat is gewend aan economische stabiliteit en groei. De consument is volgens de schrijver gefocust op het zoeken van status en geeft z’n identiteit vorm door middel van consumptie. In het neo-liberale klimaat is zowel de overheid als de burger niet snel genegen om zich in het gedrag van mensen te mengen. Dit wordt als een privee-activiteit gezien. Steeds meer groeien er argumenten voor de politiek om wel in te grijpen. Dit is ook o.a. van het principe van het schadebeginsel. (John Stuart mill) De gemeenschap heeft het morele recht om maatregelen te nemen en de vrijheid van de schade veroorzakende individuen te begrenzen. Dit staat echter weer haaks op de idee dat mensen autonoom zijn en een de individuele vrijheid hebben iets wel of niet te doen. Het resultaat hiervan is inertie en besluiteloosheid.

Leiderschap is ook risico nemen

De schrijver betoogt dat de klimaatissues onoplosbaar blijven als de overheid het probleem benadert als een technisch probleem en niet als een cultureel maatschappelijk probleem. Als je de wortels van ons denken analyseert kom je volgens De Geus uiteindelijk bij de centrale rol van de consument uit. Dit is de spil van de moderne vrije marktsamenleving. De overheid is te terughoudend in beleidsterreinen om te komen tot consumptievermindering. Zeker als we steeds meer realiseren dat dit gedrag schade oplevert voor het klimaat en leefomgeving zal er door de politiek meer debat georganiseerd en regels vastgesteld moeten worden. Een ecologisch verantwoorde cultuur is volgens hem niet armoedig, sober of ascetisch. Aristoteles leert de moderne mens om te zoeken naar het Gouden Midden: evenwicht tussen excessief consumentisme en doorgeslagen zelfonthouding. Zijn perspectief is te komen tot een cultuurverandering van vereenvoudiging en matiging gericht op kwaliteit van leven en lichamelijke en geestelijke gezondheid.


In een uitzending van VPRO’s tegenlicht geeft Paul Kingsnorth een voorbeeld van dit doordenken (en werkelijk anders gaan leven) van onze levensstijl. Aan bod komt met name het idee van  maakbaarheid versus het ontvangen en doorleven van dat we als mensen deel van de natuur zijn. Zie.

Kim Putters van het Cultureel Planbureau brengt in de Groene Amsterdammer de denkbeelden die tot nu toe voorbij zijn gekomen terug tot twee kernbegrippen: Duurzaamheid en Solidariteit.

‘Wij zeggen in ons sociaal-cultureel rapport: er komen twee grote normatieve vraagstukken op ons af: duurzaamheid en solidariteit. Daar zullen politiek en samenleving zich toe moeten verhouden. Je zult er iets van moeten vinden vanuit een bepaald gedachtegoed. Dat kan religie zijn, maar dat hoeft niet. Eén ding is zeker: het individualisme lost die vraagstukken niet op, want dat is per definitie contrair aan duurzaam met de wereld omgaan en solidair zijn met elkaar. Historisch bezien gaat dit soort overgangen altijd gepaard met conflicten. Ik hoop dat we nu zo ver zijn dat het ook zonder conflict lukt. We hebben zoveel mogelijkheden om welvaart en informatie te delen en om alle mensen in Nederland een plek te geven’.

5. Theologie

9200000051960239

Laudate Si. Een Katholieke visie op ecologie.

Een volgende bron die ik raadpleeg is de recente encycliek van Paus Franciscus over de ecologische problemen van deze tijd. In grote lijnen is het betoog vergelijkbaar met het maatschappelijk debat dat we kennen uit de media. Een beschrijving van de effecten van menselijk handelen op het milieu, de rol van bedrijfsleven, de politiek en burgers en de mogelijke oplossingen. Maar wat sterker aan bod komt is het startpunt van redeneren. De aannames vanuit een christelijk katholiek gezichtspunt. Hoewel niet helemaal onbekend is het zinvol om die nog een keer bij elkaar te zetten.

  • De (schepping van de) aarde kan enkel begrepen worden als geschonken. Het is in de beleving van het christelijk geloof dat God de mensen de verantwoordelijkheid voor de schepping toevertrouwd. Deze gegeven vrijheid is een mysterie.
  • De relatie tussen God en mensen, tussen mensen onderling en de relatie tussen God , mensen en schepping vraagt om het besef van verbondenheid, wederzijdse afhankelijkheid, verantwoordelijkheid en respect voor al het leven. Deze grondhouding sluit spiritualiteit en geloof in en vormt daarmee een motivatie om de natuur te beschermen. Dit staat tegenover een wereld- en mensbeeld van maakbaarheid, persoonlijk gewin, verspilling.
  • Deze gelovige grondhouding of spiritualiteit kan ook de bron zijn voor een gezonde ethische houding om de enorme mogelijkheden van techniek en economisch handelen te begrenzen. Moet alles gedaan worden wat kan? Kan de mens met zelfbeperking leven?
  • De integrale ecologie en de mondiale ecologische bekering waar de encycliek toe oproept heeft meer aspecten. Opvallend is de relatie die gelegd wordt tussen de kwetsbaarheid van de aarde, de gevolgen van klimaatverandering en de gevolgen voor kwetsbare mensen – armen – die hun land moeten verlaten, hun middel van bestaan kwijt raken of uit hun land moeten vluchten. Verder gaat de tekst in op de noodzaak van een open wereldwijd debat en de noodzaak van wereldwijd beleid, de solidariteit tussen groepen en generaties en de noodzaak van nieuwe economische modellen en nieuwe levensstijl.
  • Op verschillende plekken wordt naast de noodzaak van het zetten van klein stappen om dagelijkse gewoonten in de levensstijl te veranderen en zo tot matiging van waterconsumptie, sorteren van afval en vermindering van stroom en gasgebruik te komen. Toch wil dit alles niet zeggen dat de mens het lichaam, de materiele en plezierige dingen van het leven moet verachten. Nee ze mag voluit genieten van alles wat de schepping biedt.

De vroegere Aartsbisschop van de Anglicaanse kerk Rowan Williams schrijft in Geloof in de publieke ruimte over de rol van de religie. Ze is ‘in deze niet om een ultiem gezag te bieden dat ons kan dreigen en dwingen tot beter gedrag. Ze moet ons een visie voorhouden op een menselijk leven dat constructief, vreedzaam en vreugdevol wordt geleefd, in een optimale relatie tussen schepsel en schepper, om ons te wijzen op de tragedie van de gekrompen en verwoeste mensheid die we voor onszelf hebben vormgegeven met onze obsessie voor groei en consumptie’. p262 Zie.

Vergelijkbaar met de filosofische insteek zie je dat de voor-onderstelling cruciaal is. Als je een meer hedonistische levensovertuiging hebt of vindt dat je de aarde mag ‘gebruiken’, volg je een ander spoor dan wanneer je beleeft dat de aarde aan mensen is geschonken of gelooft dat God de aarde aan mensen toevertrouwd. Een meer religieuze of spirituele benadering van het milieuvraagstuk kan wel eens veel meer resultaat hebben dan alle berekeningen en profetische doemverhalen. Jammer is dat de beleving van natuur, het zorg hebben voor generaties na ons in het veld van de prive-sfeer terecht is gekomen. Dat betekent dat mensen geacht worden dit meer voor zich zelf te houden en anderen daar niet mee lastig te vallen. Deze houding van ‘het liberalisme van de neutraliteit’ wordt door Charles Taylor goed uitgewerkt in de Malaise van de Moderniteit. Hij waarschuwt er voor dat als alle personen en groepen gehoord moeten worden en respect verdienen, ‘sterke waarderingen’ en de morele horizon van ons denken en handelen naar de achtergrond verdwijnen.

Toch zijn denk ik steeds meer mensen bezig met hun levensstijl, al dan niet bewust zoeken ze naar waarden als matigheid (denk aan groepen als minimalisten, de aandacht voor opruimen van het huis en het blad Genoeg) zorg en verantwoordelijkheid voor dieren en mensen op deze planeet (Kijk naar de vele milieuorganisaties, de populariteit van het programma Vroege Vogels of Groen Licht). Een voorbeeld is Jan Terlouw die veel waardering krijgt in zijn betoog in De wereld draait door en hij was betrokken bij het milieumanifest van de politieke jongerenpartijen. Hij wordt gezien als iemand die authentiek bezorgd over komt en wordt niet ervaren als drammerig. Vanuit een sterke doorleefde overtuiging benoemt hij dat het uiteindelijk gaat om rechtvaardigheid tussen generaties nu en in de toekomst. Tussen mensen in de eerste en de derde en vierde wereld.

Er is vanuit de filosofie en de theologie veel voorbij gekomen. Het stelt fundamentele vragen en reflecteert op de waarden en manieren van kijken van de maatschappij. Misschien te abstract, breed en te complex. De komende paragrafen worden weer meer praktisch. Het draait om de vraag hoe je gedrag en dat wat je zegt te doen bij elkaar kunt brengen, zo dat het je een gevoel van tevredenheid en vrijheid geeft en je minder hoeft te worstelen met alledaagse keuzes. Dan is je levensstijl, dat waar jij voor wil staan , verinnerlijkt. Zie.

6. Psychologie. Cognitieve disonantie.

Voor ik zelf de balans op maak en kijk wie wat zou moeten doen maak ik een zijsprong naar de vraag of het mogelijk is om vanuit de psychologie iets zinnigs te zeggen over onze omgang met de veranderingen die gaande zijn? In een vierjaarlijks onderzoek van het SCP naar burgerperspectieven noemt maar 2% van de ondervraagden uit zichzelf het milieuvraagstuk als relevant voor de toekomst . 41% van de ondervraagden heeft het besef dat gebruik van fossiele brandstoffen verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde, maar een even groot aantal ziet dat verband niet. De rest van de mensen weet het niet of staat neutraal. Tenslotte: weinig mensen hebben vertrouwen in de informatie van de overheid over het milieu en een op de vijf mensen staat argwanend tegenover de informatie van wetenschappelijke instellingen. Of je het eens of oneens bent met de deskundigen en wetenschappers maakt niet zoveel uit. Dat mensen zeer verschillend reageren op alle berichten in de krant kan gezien worden als deel van het probleem.

In een artikel op de site www.scientias.nl komt de Noorse psycholoog Stoknes tot de stelling dat Shell of Trump niet de grootste vijanden zijn van het klimaat, maar ons eigen ongemak, de kloof tussen ons hart en ons handelen.” Waarom komen we niet in actie? Stoknes legt uit waarom we zo passief zijn: “Het enerzijds weten dat er iets aan de hand is, maar er niks aan (kunnen) doen leidt tot een innerlijk conflict, ook wel cognitieve dissonantie genoemd. Dit effect treedt op wanneer gedrag, emotie en cognitie (kennis) niet op één lijn liggen, en is een van de belangrijkste redenen dat veel mensen klimaatverandering negeren, bagatelliseren, of ontkennen. We willen dat onze CO2 afdruk niet te hoog is en als het komen tot schone alternatieven niet lukt geeft dat een schuldgevoel. In het onderstaande schema is goed de verdeling te zien tussen groepen mensen en hoe ze omgaan met de op ons af komende werkelijkheid.

partijen

Dat de meeste mensen (Passieve onverschilligen, Gematigden, Pragmatici) ambivalent zijn is te ontdekken aan zinnen als: onze voetafdruk valt wel mee, Of mensen nemen zonnepanelen, douchen korter en kopen ledlampen om vervolgens met een schoon geweten in een vliegtuig te stappen. Dat wegredeneren of ontkennen van dat schuldgevoel is iets wat heel menselijk is. Een zelfverdediging tegen het innerlijk conflict. Je zou kunnen zeggen dat dit worstelen met klimaatdilemma’s ons allemaal tot klimaatontkenners maakt. Tegelijkertijd is de problematiek zo groot en het systeem karakter zo complex dat het me overspoeld. Ik ben schuldig aan een proces waar ik feitelijk maar beperkt invloed op heb. In de christelijke traditie wordt dit erfzonde genoemd. Het is aan de mens om te leren leven met deze schuld en dit tekort. Tegelijk blijkt dat wanneer mensen met elkaar iets doen wat goed is voor het milieu, ze een warm glow voelen, een warme gloed. Mensen beschrijven zelfs letterlijk dat het leek dat de kamer warmer voelde dan eerder. Het is net als wanneer je goed doet voor anderen, ook daar voel je je een beter mens door. Mensen die een cadeau voor een ander kopen, voelen zich gelukkiger dan mensen die een cadeau voor zichzelf kopen. Bedrijven kunnen zich beter op deze waarden richten.’ Het hele vraagstuk van een duurzaam leefklimaat voor mensen op deze aarde wordt zo tot een basale kern teruggebracht. De vraag vanuit welke waarden wil in het leven staan. En dan vallen woorden als verbinding, verantwoordelijkheid en verdelende rechtvaardigheid.

7. Wie zit er aan het stuur? Bedrijfsleven, politiek of veranderen van eigen levensstijl.

Mix van partijen

De meeste schrijvers die ik tegen kwam worstelen met de vraag in welke richting een oplossing gezocht moet worden en wie daarin het voortouw moet nemen. Komt de beweging vanuit de consument, moet de politiek sturen of moeten we op het bedrijfsleven wachten die een stuk van de financiering op zich kan nemen. Het antwoord is en-en maar hoe die kluwen van verantwoordelijkheden en subjecten in elkaar idealiter zit om tot resultaten te komen is niet simpel. Ofwel: Wie zijn de dragers van een andere toekomst.De Burgers.

  1. Burgers

Als burger zijn we producent en consument. Rob Wijnberg analyseert in een artikel op de website van de Correspondent de dubbelheid die moderne mensen hebben. Aan de ene kant hebben we meer informatie over wat er in de wereld aan de hand is dan ooit. Aan de andere kant handelen we er niet naar.Hij noemt dit economisch vergeten: we maken ons als betrokken burger (cultureel herinneren) wellicht druk over onrecht, maar zien alles door de vingers als consument (economisch vergeten). Onze consumentenrol, met behoeftebevrediging als belangrijkste moreel kompas heeft die van de burger overgenomen. In zijn artikel probeert hij de vraag uit te werken waarom deze twee rollen geen permanent schuldgevoel opleveren. Waarom kunnen we schijnbaar prima leven met het feit dat we werkelijke vooruitgang tegen houden en vast houden aan ons maatschappelijk systeem. Zo komt hij tot de conclusie dat de post-postmoderne mens op de hoogte is van alles, maar zich tot niets verplicht voelt.. Zie.

Tegelijkertijd zijn er energiecoöperaties en andere wijkgroepen die zelf initiatieven nemen. Zie. Jonge mensen die met bedrijfjes starten, grootouders voor het milieu en de speech van Jan Terlouw, een flinke groei van Groen Links en Partij voor de dieren. Hoewel harde cijfers en modellen ontbreken voelen deze mensen zich aangesproken en proberen in hun gedrag en levensstijl aan te passen. Hier staat het persoonlijke gedrag centraal. Een zekere matigheid en respect voor de aarde of schepping is het leidend principe. Het is een intrinsieke motivatie maar met achterliggende filosofische of religieuze uitgangspunten die goed verwoord zijn door Nietzsche en paus Franciscus.

Marius de Geus komt in zijn boek tot zes kernvragen vanuit het idee van vrijwillige vereenvoudiging. Hier is het belang van betekenis geven aan wat ‘goed leven’ is en dat traagheid en balans een meerwaarde hebben.

  1. Wat is je persoonlijke invulling van de betekenis van het goede leven?
  2. Aan welke aspecten van je bestaan ontleen je een werkelijk geluk?
  3. Welke goederen, spullen en diensten kan je missen, zonder overmatig aan levenskwaliteit in te leveren?
  4. Ben je bereid voor het algemeen belang van een beschermd milieu en klimaat actief stappen te zetten en het eigenbelang een minder hoge prioriteit te geven?
  5. Wat is in jouw individuele geval de optimale balans tussen werk (inspanning) en vrije tijd (ontspanning)?
  6. Hoe belangrijk is het voor jou om constant in haast te leven en kan je ‘genieten van traagheid’, wat betreft werk, voedselbereiding, ontspanning, et cetera?

Goede vragen maar het is de vraag hoe groot de groep consumenten is die, zoals we gezien hebben wel een vermoeden hebben of worstelen met de dilemma’s van goed milieugedrag. Ik verwacht dat bepaalde groepen in de samenleving steeds scherper de overheid zullen vragen maatregelen te nemen. Daarnaast zal – en dat zie je nu al – door het koopgedrag van burgers het assortiment in de supermarkt veranderen.

2. Als tweede speler zie ik het bedrijfsleven. Zowel grote bedrijven als Unilever, DSM en de NS proberen in hun aanpak rekening te houden met de voetafdruk van hun bedrijf. Hans de Boer, voorzitter van de werkgeversvereniging NCW is in interviews gericht op duurzaamheid en sociaal beleid. Schijnbaar zien bedrijven het gevaar van opwarming en alle maatschappelijke gevolgen, maar zien ze ook kansen in het ontstaan van banen voor het MKB. Of dit een calculerende aanpak is of een oprechte zorg voor de planeet is moeilijk te zeggen. Het beeld dat je krijgt is dat van een dubbele doelstelling. Een mooi voorbeeld hiervan is de vermeende duurzaamheid van de multinational Unilever. In een goed artikel in de Groene Amsterdammer heeft een onderzoeksgroep laten zien dat dit bedrijf een duurzaam imago koppelt aan slim winst maken. De Paradisepapers lieten zien dat bedrijven als Apple en Nike werken aan een groen imago en tegelijk zo weinig mogelijk belasting betalen. Zie. De vraag is binnen welk economiemodel gewerkt wordt. Een kapitalistisch verdienmodel met duurzame aanpassingen of een werkelijk circulaire economie waarbij de grondstoffen, productie, consumptie een gesloten keten vormen. Maar ook daarvoor geldt welk niveau van consumptie je aanvaardbaar vindt en duurzaam is op de langere termijn. (zie) Een ander voorbeeld is het model van de ‘cradle to cradle’ architect Thomas Rau, waarbij betaald wordt voor het gebruik en niet voor het bezit. Zo wordt in nieuwe gebouwen de verlichting gehuurd en als de lamp sneuvelt wordt deze door de maker/ verhuurder vervangen. Dit model komt het accent te liggen op duurzame productie. Zie. Een ander voorbeeld is de groep rond ‘ de grote Transitie’ . Ook zij komen op voor een lokale coöperatieve economie. Zie

3. Tenslotte de overheid. Herman Wijffels, hoogleraar duurzaamheid noemde het feit dat ambtenaren al lang bezig zijn met het uitwerken van de doelstellingen van Parijs. Zie de teksten van het planbureau voor de leefomgeving. Maar bij de verkiezingen van maart 2017 was de opwarming van de aarde nauwelijks thema van de gesprekken tussen de leiders van de grote partijen. Nadat Ed Nijpels hierover geklaagd had, werd dit thema opgepakt door de media. Waaronder door Jacobine van Geel in Jacobine op Zondag. Naar mijn idee zijn politieke leiders erg voorzichtig om te harde uitspraken te doen over het noodzakelijk ingrijpen en komen met oplossingen die mogelijk geld kosten of de mogelijkheden van mensen om bijv. te reizen te beperken uit angst voor verlies aan stemmen. En opvallend zijn de verschillen tussen partijen en het bedrag dat ze willen reserveren voor maatregelen. Met name de behoudende rechtse partijen zijn erg voorzichtig. Ze vervullen de eigen specifieke rol van de overheid niet naar behoren zoals ook door de rechter in het Urgendaproces is uitgesproken. De doorrekening van de 2 graden doelstelling, de energietransitie en de rol van de politiek was thema van een bericht op NOS.nl en een item van Nieuwsuur. Het laat goed zien dat er nog weinig eenduidigheid is onder de politieke partijen. Kijk hier.

Investering politiek

De uitgaven die partijen willen doen als het gaat om verduurzaming van Nederland.

Hoewel ‘Parijs’ een grote stap is, zijn er veel besluiten nodig om de maatschappelijk en politiek systeem te laten kantelen. Een van de aspecten is de regel ‘ de vervuiler betaalt’. Als CO2 uitstoot een grote veroorzaker is van milieuproblemen in de toekomst dan zou de belasting op producten en diensten naar rato van de vervuiling moeten zijn. Deze CO2 belasting is punt van discussie tussen landen die ieder proberen bedrijven aan zich te binden om hun economie te activeren. Ook activiteiten in de luchtvaart en vervoer op zee zijn bijna niet belast. Een van de stappen die de Europese Unie zou kunnen nemen is komen tot een gezamenlijke CO2 belasting. Anders blijven de doelstellingen van Parijs gebakken lucht. Zie.

Nodig is een kanteling van denken en doen. Daarvoor is nodig: een goed geïnformeerde bevolking die overheid en bedrijfsleven bevraagd, bedrijven die kansen zien en een overheid die belangen van groepen in de samenleving reguleert. Vincent Dekker, journalist bij Trouw is positief. De kanteling al begonnen. Zie

8. Balans opmaken

vermagerde ijsbeer

Je kunt op internet duizenden statistieken vinden. Het blijft daarmee iets abstracts, maar misschien maakt dit beeld van een vermagerde ijsbeer het vraagstuk beter zichtbaar. „Door het smelten van het ijs hebben de ijsberen minder toegang tot de zeehonden waarmee ze zich voeden. Daarom zoeken ze naar ander voedsel, maar daar kunnen ze zich eigenlijk niet fatsoenlijk mee voeden. Simpelweg omdat er niet genoeg van is” Indirect effect van het steeds later weer aangroeien van het ijs op de Noordpool. Een aangrijpend beeld of een inspelen op sentimentele emoties?

Het is goed om een balans op te maken. Wat ik in dit stuk eigen!ijk gedaan heb is mijn eigen ‘cognitieve dissonantie’ onderzoeken. Ik pik net als andere Nederlanders de berichten in de krant op en neem in de discussie op voorhand een positie in. Naast meten is weten is mijn startpunt een goed beheer van de aarde. Vanuit een houding van respect en het besef dat er geen andere leefomgeving is voor ons nu en voor de bewoners en de generaties die na ons komen. De klimaatsceptici stellen vragen bij de rekenmodellen. Dit wordt ook veroorzaakt doordat de cijfers en klimaatmodellen nog niet helemaal definitief zijn. Net als iedereen belast ik de aarde met mijn ‘gebruik’.

Door de krantenberichten over de energietransitie en de doelstelling van een ‘gasvrije’ woning werd ik uitgedaagd om verder te zoeken. Ik kwam er achter dat er door actiegroepen, wetenschappers en beleidsmakers al veel is ontwikkeld. Het veel maar ook interessant om bezig te zijn met alle factoren die mijn / ons leven mede bepalen. Er is veel meer informatie dan ik gedacht had. Zowel bij bekende organisaties als Milieu Centraal en Urgenda, maar ook bij overheidsinstellingen als het planbureau voor de leefomgeving. Op beleidsniveau is men veel verder met vooruitdenken en beleid dan wat je gemiddeld in de krant leest.

Het boekje over verborgen impact was verhelderend en helpt om de spade dieper in het thema te steken dan keurig de verwarming op tijd uit zetten of plastic naar de afvalbak brengen. Ik ben nu meer gemotiveerd om bijvoorbeeld minder vlees te eten en iets beter na te denken als ik iets koop.

Het gaat om een ingewikkelde maatschappelijke transitie of kanteling (Jan Rotmans) waarbij nog niet helemaal duidelijk is welke krachten de overhand gaan nemen. We, burgers, bedrijven en overheid zijn allemaal deel van het systeem, het probleem en de oplossing. Maar zoals met alle transities gaat het niet zonder slag of stoot. En het zal maar – hoezeer het ook wenselijk is – beperkt planbaar zijn. De doelen van Parijs zijn daarbij wel richtinggevend. Al is het de vraag of de anderhalf graad grens voldoende is om onomkeerbare veranderingen in het wereldwijde klimaat te voorkomen. Zeker als je weet dat de CO2 die nu al in de dampkring aanwezig is nog jaren zorgt voor het effect van opwarming.

In de paragrafen die ik schreef over filosofie, theologie en communicatie werd duidelijk dat er achterliggende manieren van denken sterk bepalen hoe mensen in dit vraagstuk staan. Waar ik niet over schreef is het dominante maatschappelijke beeld van productie en consumptie. De makkelijke eerste oplossingen zijn zo langzamerhand wel in beeld en worden door burgers overgenomen. Langzamerhand wordt er in de kranten meer geschreven over noodzakelijke aanpassingen op het niveau van belastingen en internationale afspraken. Het planbureau voor de leefomgeving heeft uitgerekend dat 55% van de CO2 uitstoot door bedrijven in Nederland niet of nauwelijks belast wordt.

De Nederlandse fiscale wetgeving kent meerdere hiaten bij het beprijzen van de milieuschade die bij de productie van goederen ontstaat. Ongeveer 55% van het gebruik van fossiele energie wordt nu niet belast. Ook wordt de belasting te laat ingezet. De nadruk ligt nu op de consument, terwijl het effectiever zou zijn om in een eerder stadium van het productieproces groene belastingen te heffen. (zie)

Zolang er sprake is van mimese – ik wil hetzelfde als mijn buurman als het gaat om spullen, geld, aanzien, spannende vakantiebestemmingen – (zie Hans Achterhuis De utopie van de vrije markt) zal de benodigde matigheid en verdelende rechtvaardigheid voor alle bewoners van deze aarde een mooie utopie blijven. Nodig is een ander idee van “mens zijn”.

ogen

Wat doen?

Het begrip cognitieve dissonantie verklaart de spanning tussen mijn denken en doen. Iets wat ik deel met veel mensen om me heen. Naast praktische stappen gaat het ook om andere manieren van beïnvloeding. Hier een aantal handelingsrichtingen die ik vond.

1.De schrijver Stoknes noemt ‘Nudging’ ofwel het zetten van kleine aantrekkelijke stapjes.

2. Anders framen of omdenken: als fietsen naar je werk je slanker en fitter maakt, voelt dat beter aan dan ‘minder auto mogen rijden’. Of in plaats van veel snuisterijen van de action overstappen naar de aanschaf van mooie kwalitatieve spullen kopen die lang mee gaan.

3. Een derde manier is inspelen op sociale codes. Iemands sociale omgeving is de beste voorspeller van betrokkenheid bij het klimaat en bijbehorend duurzaam gedrag: scheidt de hele straat zijn afval of hebben veel mensen al zonnepanelen, dan is de kans veel groter dat jij het ook doet. Dit effect is nog vele malen sterker dan het morele aspect of het geven van financiële prikkels om duurzaamheid aan te moedigen.

4.Sociaal delen is wel degelijk een factor. In Engeland heeft de stichting Carbon Conversations gesprekken over het klimaat naar een hoger niveau getild. De duizenden (oud-)deelnemers zijn enthousiast en hebben bovenal veel energie bespaard. In Nederland bestaat een groep die klimaatgesprekken organiseert. Het gaat

Klimaatgesprek

om goede communicatie of anders framen. Anders dan de filosofen en theologen wordt de vraag naar de vooronderstelling niet gesteld. Het gaat niet om een grondhouding al komt het omdenken of anders framen van vraagstukken wel degelijk in de buurt. Ook in Nederland bestaat er een groep mensen die inzet op het voeren van klimaatgesprekken als manier om het nadenken over onderwerp te bevorderen.Zie.

5. Babette Porcelijn vertelt over haar eigen zoektocht en ze haar leefgedrag anders is gaan framen. Ze benadrukt de grote rol en vrijheid om als consument nieuwe keuzes te maken. Dat wil zeggen anders kijken en anders kiezen: kiezen voor een andere bank, anders beleggen, andere politieke partij, jezelf organiseren in de buurt en je aansluiten bij een energie collectief, niet kopen maar delen enz. Ze spreekt over de BAM methode. Betere producten maken en kopen, Andere duurzamere producten en Minder producten.

6. Rob Wijnberg noemt drie handelingsrichtingen: a. onderschat je eigen mogelijkheden niet. Burgers zijn wel degelijk een factor. b. Denk niet in oplossingen, maar in idealen. De vele kennis over het onderwerp maakt ons onzeker. Leef met die onzekerheid en ga uit van idealen: in wat voor wereld zouden we willen leven. c. Van nationale politiek naar internationaal denken. Politiek zou net zo mondiaal moeten zijn als ons persoonlijke handelen dat inmiddels ook is.

7.Urgenda heeft zelf een lijst met to do punten gemaakt die als richtlijn kunnen dienen.

goedagendapunten-urgenda3_000

Het goede groene leven.

gaia6

Er zijn veel wegen die naar Rome leiden, maar uiteindelijk kun je uit alle dilemma’s komen door terug te gaan naar de uiteindelijke waarden die je in je leven wil uitdragen. Misschien verklaart dat waarom er steeds meer mensen zijn die duizenden euro’s investeren om hun huis energieneutraal te maken. Met natuurlijk een goede investering als motief, maar zo vermoed ik omdat ze niet anders kunnen vanuit hun diepste ik. Dat vind ik bijzonder

Meer algemeen en gekeken naar de heftigheid die het spreken over ‘milieu en de toekomst’ oproept, is de uitdaging om de groene politiek opnieuw uit te vinden in het licht van deze chronische onzekerheid over de klimaatgevoeligheid van de aarde. Een minder drammerige benadering, die meer ruimte laat voor morele afweging en politiek debat, schept een breder draagvlak voor preventieve klimaatpolitiek dan een alarmistische politiek van de angst. De wetenschap is er niet uit, en zelfs als dat zo was, zouden we nog steeds moeten strijden om verschillende opvattingen van het goede groene leven.

De zoektocht die ik gemaakt heb gaf in ieder geval energie en het is mijn intentie om deze pagina actueel te houden door het debat en de thema’s die mij aanspraken bij te houden. Hieronder in ieder geval aanvullende links.

9. Verder lezen en aanvullende links.

Er verschijnen steeds weer nieuwe artikelen en stukken. Hieronder de stukken die mij zijn opgevallen:

http://klimaatinzicht.nl/bijdragen.html

Hoe een klimaatgesprek voeren zonder discussie en verwijten.

Infografics duurzame ontwikkeling.

Sustaineble development goals van de VN

Compenseren van vliegreizen

Rem op vliegen is noodzakelijk.

Geschiedenis van onze leefstijl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s