Zingeving in de wijk

  1. Ontwikkeling en vraag.

Doordat ouderen langer thuis wonen en psychiatrische hulpverlening vanuit de wijk oude wijkwordt aangeboden, groeit ook het besef dat er in de wijk meer aandacht nodig is voor voor levensvragen van mensen en de begeleiding op het terrein van zingeving.

Hoe is deze vraag ontstaan? Als je de maatschappelijke ontwikkelingen van de afgelopen 50 jaar overziet dan is die groeiende behoefte te verklaren. Een van de aspecten is het toenemend proces van individualisering. Veel mensen zijn niet meer aangesloten bij een kerkgemeenschap en beleven hun geloof privé. Ze knutselen hun levensvisie zelf in elkaar met een beetje hulp van vrienden, zelfhulpboekjes en internet. Mensen bakenen hun leven meer af van het leven van anderen en kiezen zelf de mensen en groepen waar ze bij willen horen. En dat kan ook door alle mogelijkheden die onze snelle moderne maatschappij ons biedt. Denk aan: mobiliteit (we verplaatsen ons makkelijker en verder weg) , internet en sociale media, (we gebruiken smartphone, facebook om contact met mensen te onderhouden) , kennis (We hebben via internet en andere media toegang tot heel veel informatie die we zelf ‘gebruiken’) . De moderne mens schakelt bewust tussen individu zijn en deel uit maken van een sociaal verband.

communityDoor de grote nadruk op autonomie en vrijheid is in onze cultuur religiositeit en geloof  in een verdacht hoekje terecht gekomen. Een andere ontwikkeling is dat door de professionalisering van de zorg en het welzijnswerk de afstand tussen mensen vergroot is. (Zie mijn blog bezieling en betrokkenheid) Door het afnemen van de binding met (religieuze ) groepen en gemeenschappen en de afname van (religieuze) of ‘gezamenlijke taal’ vermindert de mogelijkheid tot verbinding (samenredzaamheid) en duiding (taal geven, betekenisgeving) . Het gevolg van dit alles is dat een groep mensen niet meer mee komt of geïsoleerd raakt. Kim Putters onderzoekt onze ‘schijnbare zielloze tijd’ in de Groene Amsterdammer.

We gaan van een samenleving van haves en have-nots naar een samenleving van cans en can-nots. Kreeg je vroeger je raamwerk op een presenteerblaadje aangeboden en had je de gemeenschappelijke zekerheid die daarbij hoorde, nu moet je er zelf chocola van zien te maken. Dat gaat de een prima af, de ander een stuk minder’.

In mijn werk in de wijk zie ik goed het verschil tussen de mensen die het sociaal, fysiek en emotioneel redden, maar ook de mensen die ergens om wat voor reden af haken. Soms is dat duidelijk. Denk aan zeer oude mensen van 80+ die hun vriendenkring langzamerhand kwijt raken, zelf fysiek kwetsbaar worden en niet goed meer hun huis uit komen. Met name de mensen die geen kinderen hebben, of een slecht contact met hun kinderen lopen de kans te vereenzamen. Ik denk ook aan mensen van allochtone afkomst met een klein simpel baantje die het financieel net redden, en zoeken naar de plek in de samenleving. En tenslotte zie ik soms jonge mensen met een psychische problematiek, vaak zonder werk of goede vriendenkring. Ze worstelen met hun ziekte en het feit dat onze samenleving weinig inclusief is.

moderne samenlevingDit alles levert de vraag op of er sprake is van een een gemis of probleem als het gaat om betekenisgeving of zingeving. En ten tweede of de wijk als verzamelplek van mensen, groepen en organisaties de beste plek is om hier mee aan de slag te gaan.

2. Zingeving en zorg.

Als ik zoek naar een goed beschrijvend model van het leven in de wijk en het thema levensbeschouwing ontdek ik ZonMW signalement ‘De mens centraal’ . Hierin wordt gewerkt met een brede definitie van het begrip ‘Gezondheid’. Zo krijg ik meer grip op hoe het thema gezondheid en daarbinnen ‘zingeving en betekenis’ geven samen hangt met kwaliteit van leven in bredere zin. Ik start daarom met een aantal punten uit de ZonMW tekst die met mijn vraag samen hangen.

  • Victor Frankl, een psychiater die de concentratiekampen van de Nazi’s meen heeft gemaakt ontdekte dat mensen die beschikken over een ‘persoonlijke zingeving’ meer veerkracht in hun leven hebben, meer kwaliteit van leven en ook langer gezond bleven. Uit Japans onderzoek blijkt dat het hebben van ‘ikigai’ (Japans voor ‘iets dat het waard is om voor te leven’) zorgt voor een verminderde sterfte aan hart- en vaatziekten of minder sterfte na een CVA. Meer en meer wordt duidelijk dat, hoewel religie of geloof als onbelangrijk is weggezet, dat zingeving de sterkste, gezondheidsbevorderende kracht in de mens is. Een boeiende hypothese.
  • Gezondheid wordt tegenwoordig gezien als een dynamisch begrip en gaat verder dan fysieke gezondheid. Er positieve-gezondheidwordt in de literatuur gesproken over zes dimensies van positieve gezondheid. Dit is een bruikbaar model van mens zijn dat ik straks ook gebruik om naar de wijk te kijken:
    • 1. Lichaam,
    • 2. Mentaal,
    • 3. Spiritueel/existentieel
    • 4. Kwaliteit van leven.
    • 5. Sociale en maatschappelijke participatie.
    • 6. Dagelijks functioneren.

Onder meer door dit model wordt gezocht naar een meer holistische mensvisie en integratie van de verschillende aspecten van mens zijn. Simpel gezegd: Als een dokter en een geestelijk verzorger vragen ‘ Hoe gaat het met u?’ dan krijg je verschillende antwoorden.

  • Zingeving is een lastig begriop en er worden veel definities gebruikt. In dit rapport is gekozen voor: het proces van betekenis zoeken met een existentiële, spirituele, ethische en esthetische dimensie. ( Het spirituele verwijst in deze definitie naar betekenissen en ervaringen die de alledaagse werkelijkheid overstijgen).
  • Aandacht voor zingeving hangt sterk samen met het begrip waardigheid. In de begeleiding van mensen is respect voor de waardigheid van de ander cruciaal. Pas dan wordt het mogelijk om de innerlijke ruimte bij mensen die voor betekenisvragen staan te onderzoeken. In die ‘innerlijke ruimte’ wordt onderscheid gemaakt tussen het individuele zelf (wie ben je, wil of mag je zijn) , het relationele zelf ( wie ben je in relatie tot mensen om je heen) en het maatschappelijke zelf (mag je er zijn, hoe zien anderen jou) . In de zogenaamde Dignity therapie wordt bijvoorbeeld samen met ernstig zieke mensen de balans opgemaakt van de waarden die in het eigen leven een grote rol hebben gespeeld.
  • In de ondersteuning van mensen wordt gekeken naar alledaagse zingeving: wat maakt jouw dag goed of wat geeft energie en plezier. En existentiële zingeving die betrekking heeft op de diepere lagen in ieder mens: zich geaccepteerd weten, weten waarom je leeft en doelen hebben, trots kunnen zijn, in evenwicht zijn met de omgeving.
  • In Schotland wordt gewerkt vanuit de volgende spirituele dimensies van mensen. Een mooi herkenbaar rijtje. Mensen hebben de:
      • Behoefte om liefde te geven en te ontvangen.
      • Behoefte om gewaardeerd te worden als mens
      • Behoefte om begrepen te worden
      • Behoefte aan vergeving, hoop en vertrouwen.
      • Behoefte om opvattingen en waarden te exploiteren.
      • Behoefte om gevoelens oprecht te uiten.
    • Behoefte om een doel en betekenis in het leven te vinden.
  • Als we de mens meer als een geheel zien dan is zingevingsbekwaamheid een belangrijk item. Bedoeld is dat artsen en verpleegkundigen zich afstemmen en kunnen aansluiten bij de waarden en overtuigingen van de mensen die bij hen komen en de onderliggende existentiële vragen waar mensen mee zitten. Kortom een houding van aandacht en luisteren. Dit vraagt om het kennen van de eigen drijfveren en levensvisie en de vaardigheid om te signaleren en door te verwijzen naar geestelijk verzorgers en therapeuten.
  • In een onderzoek onder leden van 5000 leden van patiëntenorganisaties komt naar voren dat oog hebben voor de hele mens en specifieker het aspect van betekenisgeving en zingeving duidelijk een behoefte is.
    • Mensen benoemen het begrip zingeving als volgt: • Kwaliteit van leven: gelukkig zijn, genieten, lekker in je vel zitten; • Lichamelijke aspecten: ziekte, klachten, pijn. ;• Geestelijke aspecten: emoties, veerkracht, zelf regie kunnen voeren. Ze ervaren deze dimensie in het contact met de hulpverlener als er sprake is van: als er geluisterd wordt naar de patiënt 26%; Als ze voor de hulpverlener gezien worden als een geheel en niet als een aandoening. 21%; als er aandacht is voor de patiënt. 18%.contact
    • Ze verwoorden hun behoefte aan meer aandacht voor zingeving omdat:
        • Het helpt me om te leren gaan met mijn ziekte 43%
        • Mijn ziekte heeft een grote invloed op mijn leven31%
        • Ik ben meer dan alleen een aandoening. 22%
        • Aandacht is belangrijk en helend. 11%
        • Het heeft een positieve invloed op mijn leven. 10%
        • Het geeft antwoord op mijn vragen. 10%
      • Het draagt bij aan de kwaliteit van mijn leven 9%
    • Werken aan meer aandacht voor zingeving in de zorg vraagt om een multi-disciplinaire aanpak. Er worden een aantal regels beschreven die die aanpak concreet maken:
      • Van elke werker wordt verwacht dat hij/zij betekenis- en zinvragen herkent.
      • Vaak voelen verpleegkundigen de situatie van hun patiënten goed aan en verwoorden zij de behoefte van hun mensen zoals de mensen dat zelf zouden doen. Deze houding/vaardigheid zou meer gewaardeerd moeten worden.
      • Een goede indicatie bijv. met hulp van een verkennende vragenlijst kan helpen om tot een heldere vraag te komen en juiste keuze voor aanpak.
      • Op basis van best-practises zou een betere en heldere taakafbakening gekomen moeten worden tussen de verschillende functies en disciplines.
      • In intra-murale settingen komt soms voor dat geestelijke verzorgers geen onderdeel willen zijn van een multi-disciplinaire aanpak omdat zij zich beroepen op een vertrouwensrelatie. De vraag is of dit niet voor alle werkers geldt.
      • Centrale begrippen in de aanpak zijn : samen werken aan veerkracht en innerlijke ruimte om thema’s als: afscheid, lijden, schuld en hoop, eenzaamheid, afronden van het leven, omgaan met beperkingen, te verkennen en een weg te zoeken. Bij waardevolle zorg gaat het om:
        • waarom leef ik?
        • Wat heb ik bij te dragen?
        • Hoe kun je verandering meemaken en toch jezelf blijven.
        • Het is besef: ik mag er zijn?
        • Kan ik doen wat ik ten diepste wil?
        • Krijg ik daar waardering voor?
        • Wordt ik gezien?

Als samenvatting van het voorgaande een citaat van een patiënt die schrijft:
‘Een leven is meer dan alleen een gezond lijf. Een gezonde geest en een zinvolle plaats in de maatschappij waarin mogelijkheden aanwezig zijn, vergroten de kwaliteit van leven. Leren omgaan met beperkingen en ervaren dat een leven met een beperking heel waardevol kan zijn, leren ervaren dat ook jij een bijdrage kan leveren is ontzettend belangrijk voor ontwikkeling en welbevinden’.

De tekst gaat uit van een brede definitie van het begrip gezondheid waar naast fysieke aspecten, geestelijk functioneren en dagelijkse handelingen ook ruimte is voor de sociale dimensie (inclusief wel of niet eenzaam zijn, kwaliteit van leven en zingeving. En de hypothese is dat daarbij betekenis kunnen geven, zin kunnen geven aan het dagelijkse en meer existentiële een grote factor is voor het spreken over goede gezondheid.

3. De wijk als plek van ontmoeting

gezonde wijkEr bestaan veel beelden van de wijk als woonomgeving van mensen. De socioloog Gerard Dekker heeft al in 2003 laten zien dat we voor het organiseren van mensen meer naar de stad dan alleen naar het territoriale gebied van de wijk moeten kijken als de plek waar mensen elkaar ontmoeten en zichzelf organiseren. De reden is dat de wijk voor veel mensen niet meer de verzamelplek is voor al die interesses en behoeften en door de gegroeide mobiliteit stappen mensen in de auto of tram om naar hun club te gaan. En dit is vaak buiten de eigen woonwijk. Naast territorialiteit (de plek waar je woont en soms ook werkt) noemt hij ook: mentaliteit. (mensen zoeken in de stad mensen op met dezelfde waarden en overtuigingen) categorialiteit (mensen zoeken soortgenoten in dezelfde levensfase. Denk aan ouderen of jonge gezinnen) of functionaliteit (mensen zoeken mensen met dezelfde interesse, hobby of belangstelling. Denk aan hobbyclubs, sport, maar ook actiethema’s als milieu of armoede)

De overheid zet hoog in op de betrokkenheid van burgers en lokale netwerken bij kwetsbare medeburgers vanuit het concept van de participatiemaatschappij. En vaak wordt daarbij aan betrokken sociale gemeenschappen in de wijk gedacht. Ze kiezen daarmee voor het territoriale principe. Denk aan wijk sportclubs of buurthuizen. De vraag is of de beleidsmakers goed inzien dat mensen, gezien bovenstaande principes, eerder stadsbewoner zijn en pas daarna wijkbewoner. Als je beter in zoomt zie je beter voor wie de wijk echt belangrijk en interessant is? Ik kijk naar de betekenis van de wijk voor ouderen.

In een overzichtsartikel in ‘Oud worden in Nederland’ stelt Lotte Vermeij zich de vraag wat de buurt voor ouderen kan betekenen. Hoe kan de buurt ertoe bijdragen dat ouderen autonomie en verbondenheid blijven ervaren? Een paar lijnen uit haar stuk:

  • De vooronderstelling van de overheid is dat als de sociale samenhang in een buurt sterk is, dat ook buurtbewoners die kampen met ziekte of beperkingen daar baat bij hebben. Begrippen als ‘Lokale gemeenschap’of ‘communities’ die worden gebruikt en roepen veel verwachtingen op.
  • Als je goed vanuit de sociologie kijkt, lijkt het er op dat de bindingen in buurt afnemen. Verschillende sociologen benadrukken verschillend aspecten. Hoewel mensen contacten dichtbij wel van belang vinden worden sociale netwerken tegenwoordig veel meer zelf gekozen. Een deel van de mensen is wel betrokken op het leefklimaat en de omgeving. Denk aan “Buurt bestuurt”. Andere sociologen schrijven dat mensen in de buurt zich verzamelen rond leefstijl en draagkracht.

Als het gaat over het dorp of de wijk en en wat zij betekenen voor mensen bestaan verschillende stereotype beelden.

Ons kent ons buurt.respect

Gemiddeld ontmoeten mensen een kwart van hun sociale netwerk in de buurt. Deze mensen spreken elkaar veel omdat ze elkaar tegenkomen. Ouderen noemen dit contact vaker dan jongeren. Het aandeel mensen, dat zegt in de buurt een steun en toeverlaat bij een droevig moment te hebben, neemt toe met de leeftijd. (60% bij 65+ers, 40% dus niet) naast deze bekenden zijn er ook gezichten van mensen die men kent maar niet spreekt. Deze mensen kunnen wel het gevoel van verbondenheid versterken. Het sociaal kapitaal van bekenden en ‘gezichten’ zou vooral van belang zijn voor kwetsbare bewoners. Toch blijkt dat kwetsbare mensen minder sociaal kapitaal hebben dan minder kwetsbare mensen. En hoger opgeleiden hebben weer meer sociaal kapitaal dan laag geschoolde mensen. Het blijkt dat wanneer ouderen kwetsbaarder worden, ook het contact met buren en buurtgenoten afneemt. Nieuwe contacten met jonge generaties blijven beperkt door verschillen in leefpatronen.

De billen van de buurman angst

Een beeld dat veel voorkomt is dat we als buurtgenoten voor elkaar moeten zorgen. Of sterker dat we onze hulpbehoevende buurman moeten gaan wassen. Als het gaat om zorg vinden we dat kinderen hun ouders moeten helpen (63%) of vrienden (53%) en slechts 23% vindt dat buren voor elkaar moeten zorgen. In de praktijk is het zo dat in 5-9% situaties informele ondersteuners betrokken zijn bij de zorg van buren. Deze zorg is minder intensief dan wat familieleden en vrienden doen. Burenhulp is vaak praktisch, iets doen bij noodgevallen en buren bieden emotionele ondersteuning. Dat er niet altijd hulp geboden wordt ligt ook aan handelingsverlegenheid en vraagverlegenheid. Omdat ouderen sterk hechten aan autonomie en eigen regie is het moeilijk voor mensen om hulp te vragen en tegelijkertijd is het lastig om hulp aan te bieden. Een andere belemmering is dat het krijgen van hulp ook om een wederdienst vraagt . Dit speelt vooral bij ouderen die niet zoveel terug kunnen geven.

De rurale idyllebuurt cooperatie -2017-01-27-om-13.06.59

Het beeld bestaat dat de sociale cohesie in dorpen groter is dan in de stad. Bewoners in het dorp vinden rust en ruimte echter veel belangrijker dan het sociale leven. Er zijn in de literatuur geen aanwijzingen dat dorpsbewoners hun buren daadwerkelijk vaker helpen dan stedelingen. In de stadssituatie is het voorbeeld te noemen van de 25 stadsdorpen in Amsterdam die in de vorm van coöperaties, uitgaan van een soort nabuurschap. Ook kun je denken aan het ‘Lief en leed stratennetwerk’ vanuit Opzoomer mee in Rotterdam.

gemeenschapIk neem uit het voorgaande het volgende mee:

  • lokale gemeenschappen zijn complexe sociale structuren. Er zijn sociale netwerken die bestaan uit individuele contacten die een lange geschiedenis hebben (oude contacten) en bepalen wie hulp krijgt van wie.
  • Een buurt bestaat uit meer dan de contacten. Er zijn ook minder grijpbare zaken als: sfeer, sociale normen, vooroordelen, vertrouwen. Dit vertaalt zich in gevoelens van welbevinden en verbondenheid, van ingesloten of buitengesloten zijn.
  • Het verschilt per oudere en zijn of haar geschiedenis of en hoe een buurt functioneert als sociaal netwerk waar mensen elkaar ondersteunen.

4. Conclusie

Ik heb geprobeerd de twee begrippen zingeving en wijk verder te onderzoeken. Nu gaat het er om te kijken wat dit oplevert en wat verbetert moet worden als het gaat om het thema aandacht, zingeving en breder werken aan de kwaliteit van leven van mensen.

  • Ik ontdekte dat in het begrip ‘gezondheid’ veel verschillende aspecten samenkomen. Naast het fysieke is het hebben van sociaal contact, dagelijkse kwaliteit van leven en verder liggende zinvol betekenis geven van groot belang. Het impliceert ook het sociale netwerk, de leefomgeving, het aanbod van bereikbare activiteiten, goede signalering en ondersteuning bij levensvragen. huiskamer van de buurt
  • Mensen beleven hun wijk naar gelang hun mogelijkheden verschillend. Sociale samenhang en sociaal kapitaal is niet weg uit dorpen en wijken, maar verschilt per dorp of buurt. De mate waarin mensen in een sociaal verband leven en sociaal kapitaal hebben opgebouwd is afhankelijk van opleiding, vaardigheid en leeftijd. Een goed voorbeeld zijn de stadsdorpen in Amsterdam die per wijk in de vorm van een vereniging of coöperatie mensen verbinden. Het doel is ‘het bevorderen dat senioren zo lang mogelijk actief, gezond en veilig thuis kunnen blijven wonen. Zelf de regie voeren over ons eigen leven’.

burgers

  • Ik zie in het publieke domein drie spelers als het gaat om werken aan kwaliteit van leven.
  1. Burgers. Mensen zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor hun geestelijk welbevinden, het onderhouden van zinvolle contacten en het je aansluiten bij groepen. Ook is het belangrijk dat mensen zich voorbereiden op het ouder worden m.b.t. wonen. Het is belangrijk dat met name ouderen die minder mobiel worden zich juist op wijkniveau zich in groepen organiseren. Denk aan functionele groepen van mensen die hun netwerk willen uitbreiden, vrienden willen maken op interesse of het uitvoeren van een hobby.
  2. Organisaties zoals verenigingen en kerkelijke instellingen. In het publieke domein zijn zij degene die de schakel zijn tussen belangen en behoeften van mensen en de overheid. Zij kunnen mensen verzamelen als vereniging, buurtgroep, eetgroep, activiteitengroep met een een beetje ondersteuning van werkers. Met betrekking tot de behoefte aan ondersteuning bij levens en zinvragen kunnen organisaties mensen verzamelen die als vrijwilliger of maatje ingezet kunnen worden om mensen te bezoeken en te begeleiden. Ook hier zijn de zes aspecten van gezondheid een goede leidraad.
  3. De professionals in zorg en welzijn. Werkers in de wijk zijn het vangnet op het moment dat mensen het niet meer zelf redden samen met hun netwerk. Het is ook aan deze werkers om multi-disciplinair te werken, elkaar in te schakelen en te overleggen.We zagen daarbij dat aandacht voor achterliggende levensvragen een belangrijke component is van de ‘gezond leven’. Het is aan hen om samen met de hulpvrager en mensen van het netwerk te kijken naar waar behoefte is aan ondersteuning.

stadsdorp

  • Tenslotte is het goed om de grotere achterliggende context in het vizier te houden. Mensen veranderen en de samenleving verandert met hen mee. Door secularisatie en individualisering zijn mensen meer en meer op zichzelf aangewezen. Ze balanceren tussen ‘op jezelf zijn’ en ‘verbonden zijn met anderen’. Een bepaalde groep mensen haakt af. Het zegt iets over ons achterliggende mens- en wereldbeeld en de samenleving die we wel of niet willen nastreven. Kim Putters stelt dat er nieuwe vormen van bezieling nodig zijn. Hij zegt: ‘Wat het christendom heel sterk in zich draagt, is: elkaar zien en gezien worden. Als je in een gemeenschap verkeert waarin je gezien wordt, krijgt alles wat je meedraagt een andere waarde. Dat kan natuurlijk ook op andere manieren. Maar als je bij het christendom alles afpelt, komt het hier volgens mij op neer: zien en gezien worden. Dat is wat er steeds meer mist in de samenleving. Het is ook een steeds moeilijker opgave. Alles gaat snel, en je moet zo veel. Wat helpt ons die vaardigheid te behouden? Want er zijn veel mensen die het gevoel hebben niet gezien te worden, er niet bij te horen. Dat gevoel wordt alleen maar sterker. En ze hebben geen collectiviteit om op terug te vallen. (..)De vraag is: kunnen we nieuwe vormen vinden waarin we waarden weer naar boven tillen? Het kan niet meer op de oude manier, daar is de wereld te snel en te divers voor geworden. (..) En we kunnen het antwoord ook niet alleen van de politiek verwachten. Die is totaal overvraagd. Gelukkig zie je nieuwe initiatieven in de samenleving. (..) Je ziet ook bij andere clubs duurzaamheid en de onderkant van de samenleving terugkomen als thema. Maar de grote vraag is: hoe ga je het doen? Kunnen we vormen van samenwerking en gemeenschap bedenken die een verbinding leggen met zingeving, met religie, met een hogere waarde? Zodat mensen weer voelen en zien waarom ze meedoen aan die samenleving.

Literatuur

  • De politiek is overvraagd. Gesprek van Yvonne Zonderop met Kim Putter. De Groene Amsterdammer 8 maart 2017
  • ZonMW Signalement Zingeving in zorg. De mens centraal. maart 2017
  • Is de buurt ook een gemeenschap? Lotte Vermeij. In: Oud worden in Nederland. Uitgave van SCP en Platform 31. 2017.
  • Gerard Dekker, Achter het organisatieprincipe schuilt een kerkvisie (166) Tijdschrift Handelingen 2003/2

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s