John D. Caputo Hopeloos – hoopvol

caputo portret

John D. Caputo schrijft over zijn jeugd en dat deze doortrokken was van een liefdevolle religie. Hij trad na zijn middelbare school in bij een kloosterorde, maar na vier jaar verliet hij dit religieuze leven tegen de zin in van de orde en ging filosofie studeren om uiteindelijk een hoogleraar functie te krijgen op een universiteit.

Caputo is gespecialiseerd in de hedendaagse continentale filosofie met een speciale aandacht voor fenomenologie, hermeneutiek en deconstructie. Hij is vooral geïnspireerd door het werk van Derrida. Door zijn levensloop en denken is hij weggedreven van een traditionele religieopvatting welke hij een zwakke theologie noemt. Zijn huidige denken gaat om de vraag hoe het relativisme, dat schijnbaar vast zit aan het deconstructie denken, niet stand houdt en dat het wel degelijk een waardevolle bijdrage levert aan de hedendaagse filosofische en theologische debatten. Zijn zoektocht is te omschrijven als een religie zonder religie (Jacques Derrida); of het begrip de theologische omwenteling ( Jean-Luc Marion) In het verleden is heeft Caputo colleges gegeven over Søren Kierkegaard, Friedrich Nietzsche, Edmund Husserl, Martin Heidegger, Emmanuel Lévinas, Gilles Deleuze en Jacques Derrida.

Het boek is een zowel persoonlijk verslag en verwerking van een leven dat begint bij de opleiding bij een broederorde en de zoektocht na zijn uittrede die daar op volgt. Tegelijkertijd komen stevige met name theologische vragen aanbod. De ontdekkingen die hij doet zijn niet alleen particulier, maar gelden voor een hele generatie mensen die de hen overgeleverde godsdienst achter zich hebben gelaten. Je zou naar mijn idee deze levensreis een zoeken naar een ‘religie voorbij de religie’ kunnen noemen.

Hij begint met een beschrijving van zijn fascinatie voor de mystici. De reden is dat hun vrije zoektocht in de diepte van het alledaagse en dagelijkse leven de ruimte heeft gemaakt voor de moderne en postmoderne wereld waar in we leven. Vervolgens behandelt hij in drie hoofdstukken twee situaties/casussen die voor iedereen herkenbaar zullen zijn: het geven van een geschenk en het bieden van gastvrijheid. Beide leveren materiaal voor het construeren van een postmoderne religie. Na een tussenhoofdstuk komt hij in hoofdstuk 7-9 tot een herneming van de religie, een religie zonder religie die hij het nihilisme van de genade noemt.

weg

Ik loop de voor mij belangrijkste thema’s van het boek langs.

  1. Het economiemodel van de traditionele godsdienst.

Juist door het lezen van filosofen als Nietzsche en Lyotard komt hij los van het te zuinige provinciale Vaticaanse wereldbeeld van alles of niets, katholiek of niet katholiek, gelovig of ongelovig. Juist deze filosofen hebben een scherp inzicht in religie en haar valkuilen. Deze tegenstelling loopt als een rode draad door het boek. Hij verwijt de traditionele godsdienst dat ze de ‘economie van de redding’ als denkframe gebruikt. Het houdt in dat je investeringen moet doen om een groot rendement te halen en moet lijden om straks het hogere te bereiken. Deze theologie spreekt vaak over winnen, het verslaan van de tijd en de dood te slim af zijn. Nu sober leven, hard werken en afzien om later in de hemel te komen en een beter leven te krijgen. Hij vindt dit een economisch, juridisch denkmodel, omdat het accent ligt op handel en calculeren en niet op ontvangen en geven. Ik geef een aantal citaten uit het boek om te laten zien hoe Caputo door het hele boek heen in gesprek is met de traditionele godsdienst:

‘Ik ben helemaal niet van zins om religie knock out te slaan, maar ik beweer dat de religie zichzelf steeds voor de voeten loopt door haar voortdurende neiging om het onvoorwaardelijke geschenk ( de religie in de religie) te reduceren tot een economische uitwisseling. Het laat zichzelf verleiden om van de werken van barmhartigheid geldstukken te maken die ze kunnen inzetten in het rijk van het economisch systeem van het koninkrijk van God. In deze wereld worden wij niet beloond maar in de volgende zullen we stinkend rijk zijn’. p. 73

‘Maar al te vaak opereren pastores en theologen als de effectenmakelaars van de eeuwigheid en geven ze hun klanten adviezen hoe ze het beste kunnen investeren. Daarbij gaan ze de concurrentie aan met andere religies over wie de beste deal biedt’.

‘Naar mijn mening wordt de traditionele religie te zeer bepaald door het economisch denken, door de ‘economie van de redding’ om het maar eens in theologisch jargon te zeggen. Religie praat te veel over het leven in juridische termen, als een rechtszaak waarin uitspraak gedaan wordt over een eeuwig oordeel, in economische termen als een zaak van goede investeringen doen om een groot rendement te halen, en in metafysische termen als een periode om je tijd zinvol door te brengen om daarmee de eeuwigheid te winnen. Religie spreekt te vaak in termen van winnen: over verslaan van de tijd en de dood te slim af zijn. Dat noem ik religie op haar slechtst’. p. 50

‘Het goddelijk karakter van zelfs de meest alledaagse dingen komt aan het licht op het moment dat zij niet langer een middel zijn tot een doel, op het moment dat we niet meer vragen naar het waarom, maar ze beschouwen als ‘vol’ van genade. Maar deze kwaliteit wordt tenietgedaan zolang tijdelijke zaken gezien worden als een stapje op de ladder naar de eeuwigheid. p. 95

Caputo’s boek kun je zien als een poging om deze economie van de redding, die hij ziet als een zwakke vorm van religie, te ontmaskeren en hiertegenover een wijze van geloven en in het leven staan te plaatsen die verder en dieper gaat. Het oude theologische model past niet meer goed. Een van zijn thema’s is dat de economie van de redding de kostbaarheid van het sterfelijke leven en de vergankelijke schoonheid daarvan ontkent. Leven is juist leven en dood ineen. Het ontkent de kracht en de rijkdom van het moment en het nu. Of zoals Paul Tillich het noemt is religie een kwestie van ‘The ultimate concern’. Daar is een seculiere theologie mee bedoeld die is ingebed in de wereld, in het saeculum, in de tijd. Op die manier bekeken kan God overal gebeuren en juist in het dagelijkse leven van mensen. Religie zoals Caputo die zoekt is een kwestie van onvoorwaardelijke bevestiging. Daarmee bedoelt hij dat we in ons leven iets ervaren, doen, bevestigen zonder dat we daar iets voor terug verwachten op langere of korte termijn, zonder ons belang voor op te stellen, zaken die voorbij gaan aan onze comfort zone of status quo. Deze ervaring – de momenten waarvan we zeggen dat ze ‘onbetaalbaar’ zijn, deze momenten van het onvoorwaardelijke, onverwachte, overstijgende ziet hij als een religie-loze religie waarvan hij de sporen wil beschrijven.

2. Mystici als voorlopers van de postmoderniteit. De Mystiek van de roos.

  1. roos

Het eerste spoor dat hij onderzoekt is dat van de mystieke denkers. Hij schrijft hier over:

‘De combinatie van mystiek en metafysica en het onderzoeken van de grenzen tussen filosofie en geloof heeft me sindsdien niet meer losgelaten. Ik ontwikkelde een levenslange liefde voor de mystici, voor de extravagante verstoorders van de kerkelijke vrede, wier voorkeur voor het gedurfde hen vaak behoorlijk in de problemen heeft gebracht.’p36

In dit boek gebruikt hij een gedicht van Angelus Silesius. Heidegger gebruikt dit in een lezing over het principe – ‘Niets is zonder betekenis’ –

De roos kent geen waarom; zij bloeit omdat zij bloeit;

zij denkt niet om zichzelf, vraagt niet om of men haar ziet.’

Caputo leest in dit gedicht dat de glorie van de roos staat voor ‘het leven zonder waarom’. De roos heeft geen last van de waaroms en waartoes van de filosofen en theologen. Deze waaromvragen worden gesmoord voordat ze gesteld kunnen worden. Het gaat om een betreden van een dichterlijke ruimte en de dichter neemt de luisteraar mee om te leven zonder waarom. De roos bloeit omdat ze bloeit. Natuurlijk heeft de roos een reden of een omdat, dat wil zeggen de redenen en voorwaarden waardoor de roos kan bloeien. (water, licht, voeding). Hier gaat het om het ‘zijn’ van de roos. Bij deze poëzie gaat het om het bloot leggen van een ander gebied van het leven. De dichter nodigt uit om ons te koesteren in het ‘roos-zijn van de roos’. Het besef van de heerlijkheid van het leven. Het gaat er om als de roos te zijn en te leven zonder waarom. Als we onze neiging tot vragen stellen even buiten laten staan, kunnen we de roos roos laten zijn. Dit is geen onverschilligheid, maar het vraagt om een nieuwe houding die we moeten aanleren, het vraagt om ascetisch worden. Om eenvoud en onthechting eigen maken. Ofwel: Leren leven als de roos. En dit is de grondhouding van de mystieke meesters in Oost en west.

eckhart

In zijn zoektocht naar een andere dan de ‘zwakke invulling’ van religie is mystiek belangrijk maar de klassieke christelijke mystici zijn tegelijkertijd sterk gestempeld door het dualisme. Dat wil zeggen denken in tegenstellingen. Bijvoorbeeld: leven met en zonder waarom; het onderscheid tussen tijdelijkheid en eeuwigheid; tussen lichaam en ziel. Het dagelijkse tegenover het eeuwige. Dit dualisme is volgens Caputo ook de mystiek binnen geslopen. Dit zit bijvoorbeeld in de gedachte dat het ‘zonder waarom leven’ een voorproefje is voor en een aanloopje naar het eeuwig leven. Door deze redenatie krijgt de ervaring een zware metafysische bagage mee. Het belangrijke dualistisch onderscheid is volgens hem niet die van tijd en eeuwigheid, maar tussen verschillende vormen van tijd aangeduid als voorwaardelijk en onvoorwaardelijk. Met voorwaardelijke tijd is bedoeld dat wat nodig is voor je carrière, de hypotheek, berekening en het halen van doelen. Onvoorwaardelijke tijd ziet hij in ‘dat wat je ontvangt’, wanneer er een cesuur in de tijd is en de tijd even niet belangrijk is. Deze waardevolle momenten zijn niet een voorafbeelding van de eeuwigheid, maar een kijk in een ander leven binnen dit leven. Krachtige momenten binnen het besef van onze sterfelijkheid. (zie p. 44-49)

Het leven is naar zijn opvatting altijd op de grens van het voorwaardelijke en het onvoorwaardelijke. Het onderhandelen met beide. Het religieuze is het openstaan voor het onvoorwaardelijke. Zoals Prediker schrijft is er in het leven een tijd om te tellen en een tijd om niet te tellen. Deze twee manieren zijn niet verschillende dingen, maar twee verschillende manieren van leven met de dingen.

‘De mystici hebben op het diepste onderscheid gewezen, niet het onderscheid tussen de tijd van de economie en de tijd van het geschenk. In de economische wereld heeft alles een waarom en verwacht men van elke investering een opbrengst. Maar het geschenk wordt gegeven zonder bijbedoelingen, onvoorwaardelijk en zonder waarom. ‘. p.46.

Aan de roos zit iets voorwaardelijks en iets onvoorwaardelijks. Voorwaardelijk als het gaat om de voorwaarden waarom de roos kan bloeien. Het onvoorwaardelijke zit in haar heerlijkheid en onvoorwaardelijke pracht. Het zijn twee manieren van kijken. Onder bepaalde voorwaarden kan elk ding of gebeurtenis die uitstraling krijgen. Dit onderscheid kun je

Eckhart2

omschrijven als genade en is te zien als een religieus moment. Waar genade is, is religie en waar religie is, is genade.

Het tweede beeld dat Caputo gebruikt is dat van het moment wanneer mensen moeten glimlachen. De glimlach als verzinnebeelding van de veerkracht van het menselijke. Het is een bescheiden lach, een stille bevestiging en omarming van het leven. Een milde kracht, sterk genoeg om het leven te verdragen en hoop te geven. Glimlachen als glimlachen eigenlijk niet mogelijk is. Macht zonder kracht of geweld. Zo bekeken is religie geen toewerken naar een plekje in de eeuwigheid, maar is religieus worden je nestelen in de wereld, in deze tijd. Het is een kwestie van leren glimlachen. En die glimlach geeft reden tot hoop, misschien tegen beter weten in en door de tranen heen.

Een derde kernwoord is nihilisme van de genade. Het zijn de mystici, maar Caputo gebruikt ook het werk van Lyotard om dit te laten zien, die rammelen aan de ketenen van de confessionele religie door te schrijven over de afwezigheid van God. Door door het nihilisme -de afwezigheid van zin en betekenis – (zie Nietzsche) heen te gaan, een dappere kosmisch nihilistische genade, de kracht van het niets, dingen die zijn omdat ze zijn, niet meer en niet minder en zonder waarom, worden mensen mensen uitgedaagd tot nadenken en overdenken.

3. Een hermeneutiek van geven en gastvrijheid.
Als voorbeeld van een’ leven zonder waarom’ en het begrip onvoorwaardelijkheid gaat Caputo in op het geven van een geschenk. Een echt geschenk dient puur te zijn en zonder verborgen agenda of de verwachting iets terug te krijgen. Toch is dit alles niet simpel. Een geschenk betekent ook invloed, schept verwachtingen. Toch probeert hij het pure geschenk en de werking daarvan te beschrijven. Het geschenk roept ons en wij antwoorden. Het geschenk moet vrij zijn van moeten. Het is net als met de liefde een zaak zonder waarom, zonder wet, plicht of schuld. Geschenken zijn gratis, maar we hebben ze nodig. We hebben mensen nodig die het nodig vinden te doen wat niet nodig is. Dat is een dilemma dat we niet moeten oplossen , maar omarmen, want dat is precies hoe ‘geven’ in zijn werk gaat. p. 65.

Zo kun je de natuur en de wereld beleven als een geschenk. De geïnstitutionaliseerde religie moet dit besef van het geschenk koesteren, maar ze moet het volgens Caputo niet inkapselen. Dat soort religie doet het geschenk teniet. Caputo onderzoekt in zijn betoog het bekende evangelie verhaal (Mattheus 25) waarin de dienaren hun heer bezoeken, helpen of ondersteunen zonder dat ze weten dat ze dat voor hem doen. Hij noemt dit het G-evangelie. (G van Gift of geschenk) In de theologie van Caputo maakt hij een onderscheid tussen God exist en God insist. God bestaat niet, maar God dringt aan. Volgens de vertaalster doelt Caputo op God die een beroep doet op de mens om verder te gaan waar Hij ophoudt om werkelijkheid te laten worden wat Hij belooft.

In de beleving van Caputo zijn de goede werken die mensen doen de realisatie van het koninkrijk zonder dat er een kerk tussen zit. Dit omdat het voorbeelden zijn van het geschenk, werken van barmhartigheid die bloeien als de roos, zonder om te kijken of iemand ze wel ziet dat ze er zijn. Ze geven bestaan aan dat waar God toe oproept. In de religie die Caputo zo probeert te ontwikkelen zijn de werken van barmhartigheid het koninkrijk zelf en is het koninkrijk geen beloning voor het doen van goede werken. Overigens moet Caputo constateren dat het verhaal in Mattheus ingebed is in

images (5)

bijbelteksten die juist spreken over het scheiden van de bokken en de schapen, het erven van het koninkrijk als beloning voor goed gedrag. Kortom voorbeelden van verhalen die juist een voorbeeld zijn van de ‘economie van de redding’, waar Caputo zich juist tegen verzet. Hij schrijft:

‘De God van liefde dient zich zo ver mogelijk te verwijderen van de economie van de redding. De god van de liefde, de schenker van alle goeds, ‘Abba’, zit niet op de troon om zijn kinderen van elkaar te scheiden – welke ouder zou zijn schapen/kinderen van zijn bokken-kinderen scheiden en ze ofwel eeuwige beloning geven ofwel eeuwige straf? God ‘doet’ helemaal niets, behalve ons oproepen om genadig te zijn en zelfs dat ‘doet’ God niet’. p. 75

Een tweede motief dat hij onderzoekt is dat van de gastvrijheid.

Eckhardt is degene die stelt dat de wereld de plaats is waar God – of dat wat er gebeurt in Gods naam -, feitelijk zichtbaar wordt. En hij ging een stapje verder dat het God is die mensen nodig heeft om God te kunnen zijn. Volgens Caputo is veel van het denken over postmodernisme (filosofie, literatuur, politiek en psychoanalyse) terug te herleiden naar de oude Bijbelse waarde van de gastvrijheid. Voorwaardelijke gastvrijheid is als mensen op uitnodiging aanwezig zijn. Degene die uitnodigt neemt het initiatief, bepaald wie er worden uitgenodigd en geven vorm aan het aanbod. Onvoorwaardelijke gastvrijheid is wanneer het initiatief niet meer door ons wordt genomen. Het is een bezoek dat je niet ziet aankomen en dat om een onvoorbereid, onvoorwaardelijk welkom vraagt. Het is een naakte confrontatie met de komst van de ander.

boek derrida

Hij geeft enkele voorbeelden die samen hangen met zijn theologisch kijken, waarbij het accent ligt op het gebeuren en je bij voorbaat niet weet wat er gaat gebeuren. Het eerste voorbeeld is de praktijk van de gastvrije gemeenschap. Zo’n open gemeenschap wil de vreemdeling ontmoeten vanuit de essentie van het koninkrijk van God: waar de eersten de laatsten zullen zijn, en de buitenstaanders binnen hun plek hebben, een bruiloft waarop de gasten toevallige voorbijgangers zijn, een koninkrijk van zondaars, laaggeborenen en verachten van deze wereld. (p. 101) (1 kor 1) Zo’n gastvrijheid is het hart van de visie op de ander, zoals dat zichtbaar wordt in het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. De mensen die Gods aandringen omzetten in Gods bestaan en God een goede naam bezorgen.

Het tweede voorbeeld is dat van de interreligieuze dialoog. Ook hier kan je een voorwaardelijke en een onvoorwaardelijke manier onderscheiden. In de voorwaardelijke dialoog wordt het gesprek aangegaan onder bepaalde voorwaarden. Ik wil mijn aannames tot op zekere hoogte ter discussie stellen. En dan gaan we weer uit elkaar vanuit het idee dat we geen religieuze strijd willen. Een meer onvoorwaardelijke dialoog relativeert de uitgangspunten van het gesprek en de veronderstelling van één religieuze waarheid en laat de uitkomst van het gesprek open. Ieders openbaring is bijzonder en wordt bepaald door tijd en cultuur en zorgt voor een doorkijkje op de wereld. Want als je je eigen cultuur/geloof/politieke visie beschouwt als bevoorrecht is zoiets het uitlokken van (religieus) geweld. (zie het gevaar van het monotheïsme)

Caputo gebruikt zijn toelichting bij deze praktijken om een verder weg liggend doel duidelijk te maken. Hij zet zich af tegen het denken in geloofswaarheden en wil werken aan vertrouwen over wat het werken in deze wereld oplevert. Hij schrijft:

God 3

‘Vertrouwen heeft te maken met een diepere trouw aan, een diepere verantwoordelijkheid voor datgene dat een beroep op ons doet, of dat zich onvoorwaardelijk aan ons presenteert, ongeacht waar we wonen en wat we geloven. Waar geloofswaarheden sterker worden trekken mensen zich terug in de loopgraven, bloeit het fundamentalisme en verdwijnt het onderzoeken. Waar het vertrouwen sterker wordt, wankelen de zekerheden, bloeit het onderzoeken en neemt fundamentalisme af’. (P110)

Daarom pleit hij voor dialogen van hoop om elkaar te bemoedigen. Vertrouwen en hoop zijn in hun onvoorwaardelijke vorm riskant. Vertrouwen kan niet terugvallen op oude tradities en manuscripten, kathedralen, liturgieën en gebedenboeken. Vertrouwen is het antwoord op een onbekende roep in de verte en de hoop in een onzekere toekomst.

Dit alles is een illustratie van hoe het Godsbeeld van Caputo zich ontwikkelt heeft van de hem overgeleverde religie. Daarin kun je niet meer over God spreken die ‘bestaat’ of ‘existeert’, maar bij hem is God degene die aandringt (insisteert) en een beroep op ons doet. Of zoals mystici zeggen: ‘God heeft ons nodig’. Alle thema’s die hij naar voren heeft gebracht: het geschenk; de gastvrijheid, de vergeving, de werken van barmhartigheid, de liefde en compassie wijzen allemaal in de richting van de metafoor van de roos in het gedicht hierboven.

  1. Hoop als antwoord op de onvermijdelijke dood.

landschap

Een laatste thema dat ik meeneem uit het boek is dat van de menselijke sterfelijkheid en het denken over de dood. Caputo maakt op het einde van zijn leven de balans op. En ook hier verzet hij zich tegen de versimpeling en het almachtige van de klassieke eschatologie. Het ‘niets’ van de dood maakt volgens hem juist creatief. Hij schrijft: Het zijn ‘de creatieve krachten die opkomen uit de ontmoeting van het zijnde met het niets, uit de vonken die afspatten van de grens tussen leven en dood. Daar op die grens, wordt het leven optimaal geïntensiveerd’. p. 171 . Tegenover het nihilisme stelt hij de woorden vertrouwen en hoop. Dat is alles wat mensen onvoorwaardelijk in beslag neemt zonder dwang, zonder pracht en praal, zonder alle versiering en wapens van geloof. ‘De naam van God is de naam van de genade, hetgeen slechts een voorbijgaand moment is in het leven van de kosmos, een moment van vertrouwen en hoop en liefde, zodat God net als de roos sterfelijk, vergankelijk en van voorbijgaande aard is. God is net zo sterfelijk als al het andere’. p.193

  1. Eigen reflectie
  • Caputo heeft een mooi werkje afgeleverd. Door zijn insteek om er een zoekend biografisch verhaal van te maken in een evocatieve stijl is fris, theologisch beeldend. Tegelijkertijd wil je weten welke bronnen hij heeft gebruikt voor zijn gedachten. Hij noemt Lyotard, Eckhart, Derrida, maar de verwijzingen zijn globaal en je kan niet precies traceren welke gedachten van hem zijn en welke van deze denkers. Kortom het is een persoonlijke tekst, maar hij heeft wel degelijk mensen aan wie hij schatplichtig is.
  • Een tweede punt is dat je het boek in de tijd en particulier moet lezen. Het is deze schrijver die zijn zoektocht is gegaan en daarin is zijn uittocht uit de broederorde waar hij in opleiding was een belangrijk motief. Door het hele boek door verwerkt hij de traditionele theologieopvatting en probeert hij de essentie/ het theologische model van zowel de traditionele religie als zijn eigen nieuwe geloofsverstaan te analyseren en onder woorden te brengen. Daarin vind ik hem evengoed iets te dualistisch in die zin dat de traditie fout, slecht, beperkend is en zijn ‘religie zonder waarom’ de voorkeur heeft. Je zou ook kunnen zeggen dat in elke levensbeschouwing of religie elementen van het voorwaardelijke en onvoorwaardelijke zitten. De spanning tussen regels en ervaring, tussen traditie en vernieuwing, tussen oude verhalen en nieuwe is er altijd. Naar mijn idee is Caputo te gemakkelijk vrijzinnig en houdt hij – net als de vertegenwoordigers van de traditionele religie – de spanning tussen traditie en hedendaagse ervaring niet uit. Traditie en ervaring zijn geen tegenstellingen, maar vragen om een permanente hermeneutische oefening.
  • Caputo’s boek past bij onze tijd met zijn nadruk op beleving, het individu, het horizonmoment, het persoonlijke. Het laat goed de emancipatie zien van een man op zoek naar een meer persoonlijke levensvisie. Die nadruk op het ik, het moment, de ervaring is goed, maar niet zonder gevaar. Sterker, er is in het maatschappelijk debat ook een tegenstroom gaande, die er op wijst om de nadruk op het ik te overstijgen. Dirk de Wachter schrijft bijvoorbeeld: ‘Onze westerse wereld zet heel erg in op ikkigheid. Op autonomie, op het idee dat we ons eigen leven kunnen maken. Dat we het zelf kunnen doen, dat we ons eigen succes kunnen behalen. Het is naar de achtergrond verdwenen dat de mens ook heel verbonden en samenhorig is. In het evenwicht tussen ik en de ander, dreigt de ander verdrukt te worden. Terwijl we zoveel nood hebben aan de ander om te kunnen zijn. Juist op de dagen waarop we ons niet goed voelen, is de ander nodig. Dan is het erg belangrijk − en mooi ook − dat er iemand is die luistert en troost. Paradoxaal genoeg wordt dat ongelukkige dan juist iets moois, door die liefde en medemenselijkheid. In de ongelukkigheid komen de grootste verbindingen tot stand.’ Bron Ook Charles Taylor wijst op de gevaren van de grote nadruk van moderne mensen op authenticiteit en de druk die dat op het individu legt. Door de nadruk op het moment, de relativering van meningen wordt het belang van sterke waarden ontkent. Zie:
  • Voor geestelijk verzorgers is dit een welkom boek omdat het voldoende gereedschappen biedt om mensen van nu te begeleiden als het gaat om het zien van overstijgende en onvoorwaardelijke momenten in het gewone dagelijks leven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s