Kan de wijk iets betekenen voor het vraagstuk van eenzaamheid?

Deelnemers Rotterdam Pasgroep in Museum Rotterdam

Eenzaamheid krijgt in de pers veel aandacht. Niet alleen de eenzaamheid van ouderen, maar ook eenzaamheid onder jongeren en andere groepen in de samenleving zoals werklozen of mensen met schulden krijgen aandacht. En de oplossingen worden er bij gegeven. We voelen aan dat er in onze samenleving iets niet helemaal goed gaat, maar we krijgen er niet goed de vinger achter. En vaak is de aanpak iets te simpel. Oliemultinational Shell organiseert regelmatig een luxe diner voor ouderen waar ook mensen uit mijn wijk aan mee doen. En ze komen terug met verhalen over hoe goed verzorgd het allemaal was en hoe vriendelijk de mensen die serveren. Natuurlijk is een avondje uit nooit verkeerd. Je hebt iets om naar uit te kijken, het breekt de dag, de week. Maar de vraag is of deze losse activiteiten, hoe goed bedoeld ook, de eenzaamheid van mensen echt weg nemen. Het lijkt me dat werken aan duurzame relaties en betekenisvolle contacten op langere termijn zinvoller is. Maar hoe ziet dat er precies uit?

In een uitdagend artikel ‘Eenzaamheid is geen aandoening, maar een gebrek aan gemeenschapszin’ probeert Birgit Oelkers het bestaande denken over eenzaamheid te analyseren en hier een ander frame tegenover te zetten. Een community-frame.

Frame A. Eenzaamheid als probleem

Kenmerk is de doelgerichte aanpak van mensen die iets niet kunnen en geholpen moeten worden. Er wordt door beleidsmakers en projectleiders bedacht wat precies het probleem is en hoe met de juiste interventies (projecten, campagnes, acties) het probleem wordt verminderd. De actoren zijn de hulpverleners van maatschappelijke organisaties. Mensen zijn object van handelen: niet eenzamen helpen eenzamen.

Frame B Eenzaamheid is zorg voor de gemeenschap.

Doel: buurten waar mensen zich om elkaar bekommeren en waar iedereen bij hoort. Sturen op geluk, gemeenschapskracht en veerkrachtige, sterke én open buurtgemeenschappen. De doelgroep zijn niet de eenzamen, maar de buurtbewoners. Er wordt daarbij van uitgegaan dat iedereen binnen het verband van de buurt iets te bieden heeft. De vooronderstelling is dat je eigen leven én het buurtleven rijker wordt als verschillende mensen daarin een rol kunnen spelen. In wisselende rollen, ook wat betreft helpen en geholpen worden. Nodig zijn ‘verbinders’ die een proces van  gemeenschapszin en -kracht op gang brengen, zo, dat mensen iets met elkaar gaan delen. Startpunt is het dagelijkse leven van mensen in buurten en dat eenzaamheid iets is dat iedereen kan overkomen. Het wordt gezien als een collectief probleem van bewoners. De actoren in dit frame zijn buren, vrienden, onder wie ook mensen met eenzaamheidsgevoelens, lokale ondernemers zijn belangrijk en hulpverleners en mensen van buiten de buurt staan in de tweede lijn. In deze aanpak is  iedereen – ook degenen die zich eenzaam voelen – subject.

De vooronderstelling van deze buurtgerichte aanpak is dat iedereen behoefte heeft aan sociaal contact, mensen willen gezien, gekend en gehoord worden. Mensen willen tot zijn/haar recht komen en van betekenis zijn, oftewel mensen willen ergens bij horen. Toegepast op het thema van eenzaamheid gaat het er volgens Oelkers om nabije betekenisvolle relaties en vriendschappen in de buurt te hebben. In haar redenatie: ‘Als hulpverlener kun je iemand als eenzaam diagnosticeren en hem vervolgens mee laten doen met een groepsactiviteit of aan een maatje koppelen. Maar echte verandering ontstaat pas als iemand zich gekend voelt en zich erbij voelt horen’. Een voorbeeld hier van zijn de stadsdorpen in Amsterdam waar ‘andere mensen leren kennen, samen optrekken, zich meer thuis voelen in de buurt’ de reden is om lid van te worden.

De aanbevolen aanpak is de zogenaamde ABCD methode. (Asset Based Community Development) De ABCD-methode kent een opbouw in vijf stappen. De eerste stap is het in kaart brengen vanaanwezige capaciteiten en vaardigheden in de wijk (mapping assets) aan de hand van een uitgebreide vragenlijst (Community Asset Check List). Deze inventarisatie richt zich op de capaciteiten van bewoners, de potentie van informele netwerken, de welwillendheid van instituties en de fysieke kwaliteiten in de buurt. De tweede stap is het bouwen aan relaties tussen de bronnen in een buurt: het in contact brengen van individuen met anderen, met organisaties en met instituten. De derde stap omvat het activeren van een buurt rond economische ontwikkelingen en een communicatienetwerk. De vierde stap richt zich op het samenbrengen van de wijk rond een visie en een plan. Een zo representatief mogelijke groep bewoners werkt aan een visie en een plan voor de gemeenschap, gericht op de lange termijn en op het oplossen van concrete problemen. De vijfde stap is het op zoek gaan naar steun van buiten. Hier probeert de wijk externe middelen vrij te maken ter ondersteuning van de lokaal aangestuurde ontwikkelingen, in aanvulling op de stevige basis van eigen bronnen.

Zie voor een uitgebreide methode beschrijving de Movisie databank. Op Buurtwijs, platform voor buurtontwikkeling vindt je meer voorbeelden van de toepassing van de ABCD  methode.

Als ik artikel lees wordt ik eerst enthousiast en daarna had ik toch twee bedenkingen.

Mijn eerste twijfel is de opvatting over de wijk. In een eerdere blog over zingeving in de wijk (zie) heb ik al geschreven dat de oude homogene wijk van vroeger niet meer bestaat en voor een deel een mythe is. Sociologisch bekeken is de wijk gefragmenteerd. Voor ouderen en jonge gezinnen is de territoriale wijk belangrijk omdat daar een groot deel van hun dagelijks leven plaats vindt. Maar voor veel mensen is de wijk de plek waar ze wel wonen, maar zijn ze een groot deel van de dag – werk en hun sociale leven buiten de wijk. Denk aan studenten, alleenstaanden, stellen zonder kinderen. En dit heeft invloed op de binding met de wijk. Tegelijkertijd zijn er naar mijn idee wel degelijk kleine deelgroepen te onderscheiden op categoriale (leeftijdsgroepen, allochtone groepen) , functionele (groepen rond een thema, hobby, doelstelling)  en mentale basis (religieuze organisaties) die in de wijk bij elkaar komen.  Denk aan kerken en moskeeën, culturele groepen, koffiehuizen, netwerken rond bewonerspandjes en stichtingen zoals het wijkpastoraat die zich op bepaalde groepen in de buurt richten. Kortom de buurt is eerder een ‘gemeenschap van gemeenschappen, een optelsom van losse kleine netwerken en groepen. De opvatting over de wijk van Birgit Oelkers is mooi, maar een te gemakkelijke aanname die riekt naar een ideologie of geloof die mensen moet verbinden, maar de werkelijke context van de leefwereld van mensen overslaat.

Een tweede twijfel betreft de invloed van de individualisering op het samenleven van mensen. Als ik met ouderen uit de wijk hierover spreek valt het me op dat ze nauwelijks bij elkaar op visite gaan om koffie te drinken en bij te praten. Terwijl ze logisch gesproken veel steun aan elkaar kunnen hebben. Wat is er aan de hand? Het lijkt wel of de voordeuren van mensen steeds meer dicht zitten. Het lijkt wel of we het steeds moeilijker vinden om kwetsbaar te zijn en ons te verbinden met anderen. Ik schreef eerder over de grote nadruk die in onze maatschappij ligt op zelfredzaamheid en hoe dit door werkt op het denken van mensen. (Zie) Lector beroepsinnovatie Social Work Lilian Linders heeft met haar proefschrift uit 2010, ‘De betekenis van nabijheid’ onderzoek naar bewoners in een stadswijk in Eindhoven, het begrip vraagverlegenheid op de kaart gezet. Haar ontdekking was dat mensen niet graag met hun problemen te koop lopen en dat ze dat wel doen bij mensen die ook hun eigen problemen hebben. Het gaat onder meer om weerzin tegen afhankelijkheid, angst voor bemoeizucht van anderen, bang voor verstoring van de relatie met familie en/of kennissen (angst voor een onbalans in de wederkerigheid van de relatie) waardoor ze geen beroep op de naaste of op familie willen doen, want ‘die hebben het al zo druk’. En ze ontdekte in haar onderzoek dat als het gaat om de ondersteuning de vrijwilligers van de Zonnebloem het beste aan sloten bij deze bewoners. Gewone mensen begrijpen gewone mensen omdat dit het meest veilig is. Oelkers en haar ABCD-methode laten niet goed zien hoe gedacht wordt over het proces van individualisering en het omgaan met kwetsbaarheid, wederkerigheid en veiligheid.

Naar een kleinschalige wijk-praktijkplek.

Hoewel ‘de wijk’ als identiteit niet bestaat en we te maken hebben met de invloed van individualisering kunnen we de sterke punten uit het verhaal Oelkers mee nemen en betrekken op mijn werksituatie. (wijkwerker/wijkpastor vanuit de Stichting Wijkpastoraat Rotterdam West wijk Nieuwe Westen) Juist een stichting als het wijkpastoraat en ik als werker hebben de vrijheid en de mogelijkheid om een kleinschalige wijkplaats/oefenplek te creëren waar wel ruimte is voor afhankelijkheid, veiligheid en waar mensen zich met elkaar te verbinden op basis van de behoeften en talenten die zij hebben.

Waardig oud worden is in de ogen van het Afrikaanse Ubuntu geen individuele prestatie of alleen iets voor geluksvogels, maar een sociale constructie die alleen in sterke gemeenschappen overeind kan worden gehouden. Ubuntu, ‘ik ben omdat wij zijn’. Ik word alleen goed oud als wij samen oud worden. Zie Trouw 13 april 2019 Frits de Lange.

Eerst beschrijf ik de naar mijn idee sterke punten van de ‘community-aanpak’ ten opzichte van het ‘frame eenzaamheid als probleem’ en daarna werk ik op basis van het gemeenschapsframe drie aspecten verder uit. Waardevol van de community aanpak is:

  • allereerst de focus op capaciteiten in plaats van op problemen en tekortkomingen. Wat kunnen mensen wel in plaats van niet.
  • Deze insteek start vervolgens bij het erkennen en voortbouwen op bestaande informele netwerken die er in straten en wijken zijn, waarbij de nadruk ligt op het versterken van onderlinge betekenisvolle relaties. 
  • Deze insteek heeft eerder verbinders en opbouwers nodig dan zorg-professionals.
  • De aanwezige talenten, mogelijkheden en behoeften van mensen staan centraal.
  • Tenslotte versterkt deze aanpak het sociaal kapitaal en eigen kracht van verschillende groepen bewoners in de wijk. Het wijkzelfbewustzijn wordt versterkt.

Mensbeeld.

Elk mens is uniek, bijzonder en de moeite waard. Dit was een van de kenmerken van de levensvisie die door apostel Paulus en de eerste christenen in de cultuur zijn ingebracht. Elkaar zien en gezien worden. Mensen zijn geen probleem, ze hebben soms problemen. Eenzaamheid is een complex fenomeen en heeft vaak zijn oorzaak in de levensloop van mensen, maar dat wil nog niet zeggen dat eenzaamheid als probleem op de voorgrond moet komen te staan. Ikzelf benoem het in gesprekken nauwelijks en ligt de nadruk op het gewone dagelijkse en de onderlinge gelijkwaardigheid.  Ouderen hebben al een heel leven achter de rug, zijn wijs in hun levenservaring en mild in hun oordeel. Net zo goed als dat ze talenten en mogelijkheden hebben. Enkele thema’s springen op de voorgrond. Je kan een mens niet los zien van het geheel. Je hebt voor jezelf te zorgen, maar je hebt ook een verantwoordelijkheid naar je naaste, naar je man, vrouw en kinderen, je directe familie, je kerk, je volk. Allemaal cirkels die we niet moeten verabsoluteren, maar ze zijn niet betekenisloos. We zijn altijd opgenomen in een groter geheel. (In het christendom heet dit het koninkrijk van God.) Bij het leven hoort kwetsbaarheid en afhankelijkheid. En daar aan gekoppeld hulp mogen en kunnen vragen aan anderen. In deze tijd van grote nadruk op individualiteit en zelfredzaamheid is het hulp vragen en steun zoeken bij elkaar er niet makkelijker op geworden. Het is belangrijk dat mensen in kleine of grotere groepen kunnen verkeren waar veiligheid is en waar mensen kunnen oefenen in sociale vaardigheden als hulp vragen en hulp geven. En het gaat ook om de onderstroom van emoties van mensen (zien, mogelijk delen en benoemen van kwetsbaarheid en schaamte en daar recht aan doen). Het zou wel eens kunnen zijn dat juist het mechanisme dat achter vraagverlegenheid en aanbodverlegenheid zit zorgt voor gevoelens  eenzaamheid van mensen.

Werkwijze of methodiek

Wat ik leer van het artikel is dat er  voor wijkopbouw die gericht is op gemeenschapsvorming eigen agogische kwaliteiten nodig zijn. Want het klopt dat de meeste mensen gezien en gewaardeerd willen worden, dat zij iedereen op zijn of haar manier niet geïsoleerd wil leven en op een eigen manier bij anderen wil horen. Het gaat bij deze werker niet om het oplossen van een probleem maar om verbinden, talenten en kwaliteiten van mensen herkennen, mensen durven vragen om die talenten in te  zetten, werken aan wederkerigheid, mensen samen brengen en kunnen organiseren. Maar ik denk ook aan elementen uit de presentiebenadering zoals als het goed, onbevangen (zonder bedoeling) kunnen luisteren, mensen het initiatief laten nemen, mensen waarderen, het aandacht geven aan het kleine, gewone en dit zien als waardevol, oog hebben voor het belang van wederkerigheid, het kunnen omgaan met onverwachte, dat wat niet gepland was, het belang van het leven vieren (inclusief de dood) en alle goede redenen die er per jaar zijn om samen te komen, te eten en te drinken. Belangrijk zijn daarbij bestaande netwerken in de buurt te kennen en bij hen aan te sluiten. Veel van wat zij doen is vaak onzichtbaar, wordt niet gewaardeerd en niet gefaciliteerd.

Visie en aanpak.

Als we een mensbeeld hebben en een methodiek wat is dan het uiteindelijk doel en waar kunnen we dan concreet aan werken? Naast het huisbezoek van mensen die niet meer mobiel zijn, werken op dit moment met ondersteuning vanuit Coleur Locale in Delfshaven aan het project netwerkversterking van ouderen. Het motto is daarbij Samen Mooi Goed Oud worden. Ik kies daarbij nadrukkelijk voor de categorie ouderen en zie daarbij de wijk vooral als een praktische gebiedsafbakening.

  • Samen: elk mens heeft anderen nodig voor steun, advies of gezelschap. We zijn naast individu ook sociale dieren.
  • Mooi: is bedoeld als prettig, met plezier, naar tevredenheid.
  • Goed: dit begrip verwijst naar kwaliteit, met waardigheid, waarbij alle aspecten van ouder worden aan bod mogen komen: gezondheid, geestelijk, praktisch en sociaal.
  • Oud worden: de laatste levensfase heeft eigen kenmerken en thema’s. We kunnen het oud worden niet tegen houden, maar wel met elkaar delen, verwerken en draagbaar maken.

Het met elkaar ‘gemeenschap zijn’ is iets wat je steeds weer moet oefenen met elkaar. Is de groep die we bieden veilig? Is de groep open voor nieuwe mensen? Durven we aan elkaar hulp te vragen of hulp aan te bieden? Hoe gaan we om met aanvaringen en lastig gedrag? Gaat het over de onderwerpen die er echt toe doen? Praktisch krijgt dat ‘oefenen’ op dit moment vorm in twee groepen. Mondige mobiele senioren die maandelijks samen leuke activiteiten ondernemen in de activiteitengroep Rotterdam Pas Nieuwe Westen. (adressenlijst met 50 personen en gemiddeld 16-20 deelnemers)  en er is de eetgroep Samen koken, samen eten die elke twee weken een maaltijd voor ruim 25 personen kookt en eet. Gekoppeld aan deze activiteit worden ook themagesprekken gehouden over  zaken als ‘zondag-saaiheid’, wat moet je regelen met de notaris, gesprek met de wijkverpleegkundige over zorg als je minder mobiel bent en gesprek met de sociaal werker van de woningbouwvereniging over zo lang mogelijk thuis wonen. Door deze groepen leren mensen elkaar beter kennen en kunnen ze,  indien nodig,  elkaar ook helpen. Maar ook is er aandacht voor de vragen die spelen bij het ouder worden. De gesprekken die we zo voeren laten veel herkenning zien. Mensen vinden het fijn dat hier aandacht voor is. Ze staan er zo minder alleen voor.   En wat opvalt is dat de jongere senioren 65-75 jarigen ondersteunend zijn naar de kwetsbare ouderen van 80+ en laten zij zo een uitgestelde wederkerigheid zien. (ik doe nu iets voor anderen, waarbij ik er van uit ga dat als ik ouder ben, anderen mij zullen helpen)

Een aantal vrouwen vormen inmiddels een eigen vriendinnengroep die op eigen houtje activiteiten onderneemt.

Op zich is dit alles positief en groeit de samenhang in de groep en hoewel ik dit niet gemeten heb werkt de (wederzijdse) aandacht die zo ontstaat goed, omdat mensen ervaren dat ze bij een groep horen en als dat nodig is hun verhaal kunnen doen waardoor hun gevoel van eenzaamheid afneemt. (het aspect betekenisvolle relaties en vriendschappen) Wel denk ik dat we nog meer kunnen doen aan het creëren van veiligheid en het bespreken van vraagverlegenheid en aanbodverlegenheid. Ook kan er nog het een en ander verbeterd worden aan de organisatorische kant  van het werk. Dan denk ik aan: met de betrokken buurtbewoners de achtergronden van deze aanpak doorspreken en verbeteren, waardoor ze eigenaar worden van de activiteiten  (mensvisie, werkwijze en visie); bewoners nog beter aanspreken op hun eigen talenten en kwaliteiten; buurtnetwerken die er zijn betrekken bij deze manier van versterken van de netwerken van ouderen, door samen te werken, signaleren in de straten; nieuwe vormen van ontmoeting (koffie en levensverhaal, werken met foto’s, kunstatelier, feesten) ontwikkelen.

Misschien dat er een eigen vorm van zelforganisatie gaat ontstaan zoals dit het geval is bij het Amsterdamse project Stadsdorpen. En het zou goed zijn als er zich dwarsverbanden ontwikkelen met eigen initiatieven van allochtone ouderen en zou het fijn zijn als jongere mensen mee willen doen met activiteiten of bereid zijn om mensen thuis te bezoeken als maatje.

Literatuur

“Een community of gemeenschap kun je zien als ‘een structuur van verbondenheid’. Veel van wat we doen vloeit voort uit ons  “eigenbelang” en niet uit het  ‘gemeenschappelijk goede’. Toch zijn we als mensen ook sociale dieren en zoeken we een plek waar we als persoon thuishoren en gezien worden. Dit heeft verschillende vormen. De breedste betekenis is wanneer we lid zijn van een organisatie of groep of een abonnement hebben. De tweede betekenis is actiever. Het idee dat iets van mij is; Ik heb geholpen het te maken. Verbinding gaat hier samen met een verantwoordelijkheid. Ten derde kan ‘Erbij horen’ ook worden gezien als een verlangen om te zijn,. . . om een ​​diepere betekenis in de organisatie of verbondenheid met anderen te vinden en wat de groep doet. Hier gaat het om authenticiteit en onszelf ontdekken.

3 reacties

  1. Hoi Jan mooi om te lezen (nou ja mooi)… maar wil je mijn emailadres veranderen in helmaproost@planet.nl dan kan ik mee blijven lezen. (deze mail stond nog onder zonnet vandaar.) groetjes en beterschap rustig aan he. Helma

  2. Helma, heb je mailadres weggehaald. Als je de blog wilt blijven volgen kun je je met je nieuwe adres je opnieuw aanmelden. Groet en geniet van het lenteweer. Jan v Diepen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s