Geloof in de publieke ruimte

Als aanvulling op de korte beschrijving van Geloof in de publieke ruimte van Williams werk ik hier twee zoekvragen uit die me bezig houden in het kader van mijn blog over civil society, het snijvlak van burgerschap, politiek en maatschappelijk middenveld.

Allereerst: hoe ziet Williams in de publieke ruimte de verhouding tussen overheid, burger en maatschappelijke groeperingen en welke specifieke rol daarvoor is weggelegd voor kerken? Ten tweede wil ik iets meer ingaan op de theologische gereedschapskist van Williams. Welke kernwoorden en redenatie hanteert hij als hij vanuit zijn geloofsovertuiging als hij iets wil bijdragen aan het publieke debat?

Publieke Ruimte.

Williams schrijft scherp over wat hij noemt het programmatisch  secularisme. Hij noemt dit de nieuwe exclusieve openbare orthodoxie en ziet dit als een effect van de moderniteit, waarbij een grote nadruk ligt op functionalisme. In het publieke debat betekent dit dat de motivatie van mensen om te handelen verbannen wordt en dat de spelregels in het debat vooral gericht zijn op het realiseren van doelstellingen. Het ontkennen dat mensen soms beperkt en afhankelijk zijn is een reductionistische visie op de menselijke identiteit. Op die manier wordt de sociale praktijk gedomineerd door instrumentele of bestuurlijke overwegingen. We zien dit terug in de trend van maakbaarheidsdenken. Hiertegenover ???????????????????????????????stelt Williams de particuliere ervaring van de gelovige mens die geraakt en geroepen is, door vragen naar rechtvaardigheid, door de kracht van verbeelding van wat mensen raakt. De dimensie van geloof is van een andere orde en verontrust daarmee het redelijke. Williams is voorstander  van diversiteit en ziet juist kansen voor een breed debat tussen maatschappelijke en kerkelijke groepen aan de ene kant en de staat aan de andere kant. De staat heeft deze kritische interventie nodig om tot moreel goede besluiten te komen, maar ook – door samen te werken met partijen – optimaal gebruik te maken van hun middelen voor het algemeen welzijn en om conflicten te beperken. Williams is een voorstander van een staat die een bescheiden taakopvatting heeft.

“Deze staat ziet zichzelf als een gemeenschap van gemeenschappen in plaats van als een monopolistische soevereine macht. Dat zou een christen op het idee kunnen brengen dat een pluralistisch model van het sociale leven met veel gedecentraliseerde en coöperatieve activiteit, beter aansluit bij de realiteit  van het leven van de kerk, dan een sterk hiërarchisch gestructureerd model”. p33. 
 

De schrijver zegt het een en ander over de rol van kerken in de publieke ruimte in het hoofdstuk Big Society – Kleine wereld. Het ‘Big Society’ project van de regering Cameron heeft als basisidee dat lokale netwerken, gemeenschappen, families, buurten of verenigingen een belangrijkere rol gaan spelen in het bestuur van het land en het leveren van collectieve voorzieningen. Williams betrekt het idee van Big Society zowel op de lokale praktijk als op wereldwijde verhoudingen. Als het gaat om meer handelingsruimte voor lokale groepen, geeft hij dit idee het voordeel van de twijfel, maar stelt wel een aantal vragen bij die beleidsinzet. a. Allereerst stelt hij dat de verschuiving van de beslissingsmacht zal mislukken als mensen, burgers daar nog niet aan toe zijn en er voldoende wederzijdse herkenning is tussen groepen. De bijdrage van kerken zou hierbij kunnen zijn haar empathisch vermogen en haar denken in termen van wederkerigheid als kenmerk voor sociale vitaliteit. b. Hij heeft zorgen over wisselwerking tussen de deugdzame lokale gemeenschap en de ‘neutrale’ overheid als het werken aan een duurzame samenleving wordt afgeschoven op vrijwilligersorganisaties, zonder dat daar de nodige financiële ondersteuning bij gegeven wordt. c. Ook mag een realistisch debat over een aantal thema’s niet ontbreken: wat is passende beloning voor werkers in de zorg en onderwijs, steun aan kinderen en gezinnen enz. d. De centrale overheid zal, ook als er meer ruimte is voor het uitbouwen van locale vermogens, moeten blijven nadenken over haar eigen rol. e. Tenslotte vraagt lokalisme om een goede verhouding tussen het individu ( de geïsoleerde  en autonome  zelf) en het besef van ‘bij elkaar horen’.

Samengevat: Over de praktische taakverdeling tussen staat en organisaties in middenveld is hij voorzichtig. Hij zoekt naar een bescheiden taakopvatting en een rol als toezichthouder t.o.v. de verschillende (religieuze) groeperingen. Ten tweede is hij zeer beducht dat juist de diversiteit aan kwaliteiten en inzichten van mensen en verbinden,oed benut wordt. Als persoonlijke loyaliteiten van mensen niet mogen klinken levert dat volgens Williams twee problemen op: 1. Het holt de structuur van het debat uit en de kwaliteit van de morele passie. 2. Het biedt personen en groepen minder mogelijkheid om kritiek uit te oefenen op de staat, waardoor de kans op duurzame sociale verandering minder wordt. p.32.   (zie Frissen)

Geloof of het besef van het hogere

Williams heeft een zeer doordachte en gefundeerde visie op hoe geloof in God in mensen werkt en hoe het zich verhoudt tot het handelen van mensen. In zijn opvatting is juist het antwoord op wat zich als werkelijkheid aandient het begin van handelen en in dit handelen komen politiek (verbinden, aanklagen, verbeteren) en geloof ( verbeelden, verwoorden, ontvangen) bij elkaar. Hij zegt het zo:

‘Geloof wordt niet door de publieke opinie bepaald, of door hoe we ons over onszelf voelen. Geloof is het antwoord van mensen op wat zich presenteert als een werkelijkheid – een werkelijkheid die een aanspraak doet op jou’ 

Williams benadrukt dat dat de inzet of bezieling van mensen of groepen begint met een ervaring die indruk maakt of aan het denken zet. Het is vaak de ervaring van kwetsbaarheid of dankbaarheid, het verschrikkelijke of het mooie van wat het leven biedt. Hier naar luisteren en deze energie en passie mobiliseren is wat kerken en verenigingen in het maatschappelijk middenveld doen en dat is hun kwaliteit en bijdrage. In het onderzoek van Gabriel van den Brink (1) naar hoe mensen in projecten, actiegroepen en in organisaties hun inzet beleven laat hij goed zien dat er allerlei vormen van ‘het hogere’ hierbij meespelen. De essentie van het boek van Williams is dat die particuliere ervaring ingebracht mag worden in het politieke debat. Denk aan de levensverhalen van mensen die mantelzorger zijn, de beleving van mensen als het gaat om natuur of landschap of de discussie over het wel of niet geboren laten worden van een kind met het downsyndroom. En niet alleen burgers. Belangengroepen, verenigingen (en kerken) kunnen, mogen en moeten kritisch zijn tegenover de staat, de markt en allerlei tendensen in de maatschappij. Dat is hun rol en kwaliteit in de civil society.

Williams heeft als theoloog een enorme taalschat tot zijn beschikking en gaat een stap verder. Hij duidt die ervaring van het schone en goede of het tegenovergestelde het kwade of slechte in religieuze taal. Hij benadrukt dat het gaat geraakt zijn, om aangesproken worden. Om roeping. In het antwoord dat mensen geven door te handelen, is geloof in ‘God’ te vinden. In de omgang met ‘God’ groeit het engagement met het welzijn van de ander en het besef dat niemand mag worden uitgesloten.Williams bewandelt hier een zeer subtiel spoor. Hij verzet zich tegen de gedachte dat het bij geloof gaat om kennis of ideeën, een intellectueel of moreel systeem. Ook kijkt hij kritisch naar de fascinatie voor het spirituele in onze cultuur die hij omschrijft als consumentistisch en geïndividualiseerd functionalisme. Op meerdere plekken benadrukt hij het belang van loslaten van de fictie van controle. De erkenning dat er meer aan de hand is met alles en iedereen dan ik zelf kan beheersen of begrijpen.

Een derde element wat opvalt is dat het godsbeeld van Williams er een is van volstrekte ???????????????????????????????transcendentie. Niemand kan God precies kennen of gebruiken voor zijn of haar eigen gelijk. Door de ervaring die mensen hebben van God als de totaal andere, ontstaat er een open en kritische ruimte naar alles wat nu in de wereld door mensen gerealiseerd wordt. Deze God, van een totaal andere orde of dimensie, waar mensen zich aan verbinden, herbergt een belangrijk kritisch potentieel in zich. Williams laat zien dat de eerste christenen in Rome inwoner van de stad waren en loyaliteit aan de keizer betrachtten, maar tegelijkertijd door hun geloof  in God en zijn heilsplan met iets verbonden waren dat veel verder ging dan waar het de keizer om ging. In gebed, gemeenschap en het doen van naastenliefde waren ze ‘vrij en autonoom’. In de rol die kerken en gelovigen kunnen spelen in het publieke domein is daarmee het idee en de ervaring van de schepping, de komst van het Koninkrijk van God een kritisch tegenover voor de overheid. Terecht stelt Williams dat de geschiedenis van het christendom heeft laten zien dat christenen maar al te vaak op de stoel van de machthebber zijn gaan zitten en geweld hebben gebruikt, waardoor deze intentie en kracht van het geloof gecorrumpeerd werd. Elke religieuze groep die via geweld haar ideeën oplegt aan anderen, laat in de ogen van Williams zien dat ze ‘zwak gelovig’ zijn. Ze vertrouwen niet op de uiteindelijke heilzame kracht van God en gaan zelf voor God spelen. Wat hij met de inzet van het eschatologisch voorbehoud wil laten zien is dat het belangrijk is dat christenen, en alle leden van abrahamitische religies dit referentiekader oefenen en gebruiken. In een citaat:

Waar we onze idealen, overtuigingen en beleid op moeten onderzoeken, is in hoeverre ze ons dichtbij brengen of juist verder verwijderen van de herstelde relaties die we ons voorstellen in de context van een herstelde relatie met God, in hoeverre ze ons op ‘weg naar huis’ helpen, of juist ervandaan. 

Een vierde kenmerk is dat voor Williams de wereld van geloof en de wereld van politiek in elkaars verlengde staan. Stephan van Erp geeft in zijn inleiding op het boek een goede samenvatting:

Voor Williams zijn het religieuze en het seculiere niet strikt van elkaar gescheiden. Het geloof hoeft daarom ook niet in stelling te worden gebracht als alternatief of kritische zienswijze, of als vulling van een ideologische leegte die nu eenmaal het gevolg zou zijn van een wereldse of ongelovige kijk op dingen. In plaats daarvan interpreteert hij de samenleving als een religieuze samenhang en verstaat hij het geloof als een politieke zaak. Die continuïteit tussen geloof en politiek brengt hij in dit boek aan het licht door consequent te zoeken naar de overeenkomsten tussen taal en de motivaties van gelovigen en ongelovigen in de uiteenlopende discussies.

Williams is overtuigend als hij laat zien dat in de ideeëngeschiedenis van de Europese cultuur het secularisme deels voortkomt uit het christendom; dat het secularisme van invloed is op het opkomend religieus fundamentalis2014-10-10 14.11.05 corme (zie hoofdstuk 1)  en dat achter elk spreken van mensen (gelovig of ongelovig) onderliggende waarden, passies en motivaties verscholen zitten die te herleiden zijn naar bepaalde mens, god en wereldbeelden. Door als theoloog dit spreken te onderzoeken, te verdiepen en terug te geven aan zijn toehoorders houdt hij de publieke ruimte open en voegt hij veel inhoudelijk en moreel kapitaal toe.

Tenslotte geeft Williams in het slothoofdstuk een indrukwekkende analyse van de geloofsontwikkeling van Etty Hillesum. In haar groei, godservaring en praktijk  komen  de beschreven elementen terug. Hij ziet in haar levensverhaal weerspiegeld wat hij voor ogen heeft als het gaat om werkelijk leven vanuit de relatie met God. De situatie van de jodenvervolging in Amsterdam is of ze wil of niet haar werkelijkheid. Vanuit die achtergrond wordt ze aangesproken, geraakt en dat maakt dat zij zich intens verbindt met haar geloofsgenoten. Haar voorbeeld kan christenen inspireren ook midden in de wereld te staan en verantwoordelijkheid te nemen.

1. Gabriel van den Brink. Eigentijds idealisme. Een afrekening met het cynisme in Nederland. Amsterdam 2012

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s